30/08/2016

Boerkini blues

De kwetsbare biotoop van het strand


(16 augustus 2016)

Ach, nu moet zelfs het strand eraan geloven! Kunnen mensen niet ergens anders een statement gaan maken? Die bijzondere biotoop, waar mensen allemaal anders zijn dan gewoon, zich blootgeven en zich niet schamen voor hoe ze eruitzien (of tenminste de schaamte even opzijzetten om te genieten van een groter goed: de zon op het lichaam, de wind in de haren, het zand en de zee, de zee, de zee). Zonder dat het ooit op papier is gezet, laat staan in wetsartikelen gegoten, accepteren we elkaar op het strand zoals we zijn. Stilzwijgend is het verbond: ik geef me bloot, jij ook en een ieder bepaalt zelf hoever hij of zij daarin gaat. En naarmate je de kleren aflegt, bouw je ook de verdediging af, en het wantrouwen. Sociale onderscheiden vervagen, mensen worden meer één, deel van de mensheid. En dan gebeuren er wonderlijke dingen: Mensen gaan over tot andere actie. Ze begin zandkastelen te bouwen, ze laten vliegers op. Ze spelen: homo ludens. Er wordt gelachen, geweend, geroepen. U kent de geluiden wel. Een mantel van humaniteit legt zich op zo’n zonnige dag over het strand. Wat een verkwikkende biotoop.

En altijd waren er mensen die enkel hun schoenen uittrokken, broekspijpen oprolden of de lange rok opschortten, maar ook zij hoorden erbij. Ze gaven zich eveneens bloot, op hun wijze. Ieder zag het en begreep het. Grenzen verleggen, muren afbreken: het kan alleen als je allemaal meedoet en elkaar vertrouwt. Natuurlijk was er spanning als iemand eens wat verder ging, maar het levend organisme dat een samenleving is, kan dat aan, vangt dat op. Het plooit wat, buigt wat mee, rekt wat op en krimpt om een nieuw evenwicht te vinden. Dat gaat vanzelf, of toch bijna. Organisch is het goede woord. De mensen regelen dat zelf, ze voelen het aan. Het ene strand is ook het andere niet. Kwamen er vrouwen met een moslimachtergrond (ik bedoel niet gelovigen, want dat kun je er niet afzien, enkel de cultuur kun je herkennen) naar het strand, dan zagen we hoe zij ook genoten van de zon, de zee, de wind, het water. Ze tobden met hun kleren en vonden hun eigen compromis. En de kinderen maakten plezier, bouwden zandkastelen en sjouwden rond met emmertjes vol water. En de papa gooide de frisbee naar zijn dochter en de mama maakte zich zorgen over de zoontjes die zomaar het wilde woeste water inliepen. Het was goed zo. Ze hoorden erbij. Ze voegden zich in het gebeuren en werden onderdeel van het levend organisme dat de strandpopulatie eigenlijk is.

En toen waren er opeens de boerkinirellen. En weg is dit strand, voorbij, voorgoed voorbij. Kunnen mensen die zonodig een politiek statement willen maken (want dat is het, en dan heb ik het niet alleen over de politici) dat alstublieft ergens anders gaan doen en het strand met rust laten. Er blijven toch al zo weinig plaatsen over in deze wereld waar de onbekommerde levensvreugde het nog voor het zeggen heeft. Politiek maakt meer kapot dan u lief is.

[ook verschenen op de (s)preekstoel van Knack]

Dick Wursten

Vrijheid van godsdienst