De hoofddoek en de non (Sarah Izat)

“Een politieagent met een hoofddoek is wat zij wil zijn” (interview Sarah Izat, De VOLKSKRANT 9/11/2017)

In het antwoord op de vraag waarom ze per se de hoofddoek wil dragen, gebruikt mevrouw Izat een treffende vergelijking. Ze draagt een hoofddoek ‘net zoals nonnen dat doen’, dat wil zeggen: om ‘haar liefde voor God concreet te maken’. Kijk, dat begrijp ik. Er zijn inderdaad mensen die God liefhebben boven alles, niets meer verwachten van het gewone leven, de aardse banden verbreken en intreden in een klooster. Als ze dan toch nog wel eens in de seculiere wereld verschijnen, dragen ze hun habijt. Dat is een religieus uniform. Dat roept: ‘Ik ben geen gewoon mens, ik ben niet van deze wereld, ik ben van Christus.’ Als mevrouw Izat het dragen van de hoofddoek zo beleeft, dan neem ik aan dat ze begrijpt dat de samenleving van haar vraagt om duidelijk te maken voor welke wereld ze kiest: die van seculiere burgers of die van het klooster. Je kunt maar één uniform tegelijk dragen.

Dick Wursten

 

Challenge voor liedjesschrijvers onder de bezoekers: Schrijf een tekst op bijgaande melodie (een ‘contrafact’ of ‘parodie’, een woord dat in de oude muziekwereld geen negatieve connotatie heeft) met als refreinzin natuurlijk: de hoofddoek en de non… (of variaties hierop). De ballade van de nozem en de non dateert uit 1965 en is van Cornelis Vreeswijk, de enige Hollandse zanger die iets van George Brassens heeft.

Niemand ter aarde weet hoe het eigenlijk begon:
het droevige verhaal van de nozem en de non
van de nozem en de non

Ei, in het voorjaar ontmoetten ze elkaar
ze keken elkaar aan en toen was de liefde daar
ja toen was de liefde daar

Sterk is de liefde (hartstocht) tijdelijk althans
De non vergat haar plichten en haar rozenkrans
ze vergat haar rozenkrans

‘t Is wel te begrijpen, ‘t gebeurt toch elke dag
de nozem was verloren toen hij in haar ogen zag
toen hij in haar ogen zag

Ze wandelden in ‘t park in de prille lentezon
en honderdduizend kussen kreeg de nozem van de non
kreeg de nozem van de non

Een zekere juffrouw Janssen gluurde door de ruit
ze wist niet wat ze zag en haar ogen puilden uit
ja haar ogen puilden uit

Een zekere heer Pieterman zat op zijn balkon
hij stond stomverbaasd van de reacties van de non
de reacties van de non

Leve de liefde’ zei heer Pieterman galant
maar juffrouw Janssen belde naar de krant
ja die belde naar de krant

Daar dachten allen dat ze het maar verzon
dus belde ze de kapelaan en verklikte ze de non
toen verklikte ze de non

‘Kijk,’ zei de kapelaan, ‘da’s nou echt weer duivelswerk
zo gauw ik er niet bij ben dan beduvelt hij de kerk
dan beduvelt hij de kerk’

‘In zulke dingen,’ zei hij, ‘ben ik hard als beton
Ik stuur de politie op het dak van de non
Van de nozem en de non’

Dankzij juffrouw Janssen en de kapelaan
maakte de politie er een einde aan
ja, er kwam een einde aan

De non en de nozem gingen op de bon
Een schop kreeg de nozem; de zenuwen de non
ja de zenuwen de non

Want ze liepen namelijk zomaar in het gras
en de politie zei dat dat verboden was
dat het gras verboden was

Niet om het een of ander, maar omdat het niet kon
eindigde de liefde van de nozem en de non
van de nozem en de non

Volgens Aristoteles weegt een zoen niet zwaar
volgens de kapelaan is dat nou echt niet waar
volgens mij is ‘t nogal raar

 

De boerkini ziet eruit als een badpak, maar is het niet…

De boerkini is een symbool

symbool 1. een teken dat een bepaald idee, concept of object representeert. vb. duif = vrede.

De boerkini is een badpak met symbolisch karakter. Dat heeft niets met de zwemfunctie te maken, maar alles met het achterliggende idee/concept dat het representeert, letterlijk: present stelt. In dit geval een mensvisie, m.n. dat mannen seksuele roofdieren zijn en dat niet de man daaraan iets moeten doen (zich leren beheersen bijv.), maar dat het aan de vrouw is om zich daarom uit het openbare leven terug te trekken. Als zij dan toch daaraan wil participeren dan moet dat dat met veel omzichtigheid gebeuren. En als het misgaat, dan is het haar schuld. Daar gaat het in de maatschappelijk discussie over – of daarover zou het moeten gaan. In die zin is ‘de boerkini’ een terecht een symbool-dossier. Het gaat erom dat de dracht van dat badpak verkondigt dat de omgang tussen mannen en vrouwen dient georganiseerd te worden op grond van basic distrust en dat de vrouwen de last die dat oplevert moeten dragen. Ik vind dat geen fijn bericht.

toevoeging: Non-Boerkini

De courante vergelijking met nonnetjes die ‘gesluierd’ zijn en ook geen gewoon zwempak aantrekken, is bijzonder interessant. Ze relativeert de discussie echter niet, maar zet die op scherp. Nonnen dragen immers geen ‘gewone’ kleren maar volgen echt een religieuze dresscode. Zij hebben zich namelijk van de wereld afgekeerd en leven enkel nog voor God (zij zijn ‘bruiden van Christus’). Nikab-draagster heb ik hetzelfde horen zeggen (ik draag deze kleding ‘voor Allah’. Hoe hij mij ziet is voor mij het allerbelangrijkst). Nonnen zijn daarom ingetreden in een klooster (van ‘claustrum’: afgesloten plek). Daarbinnen kun je echt vroom en veilig leven. Daarbuiten (in de seculiere wereld dus, letterlijk: het saeculum) loert het kwaad om de hoek, heerst de vorst der duisternis. Als ze de veilige plek dan toch verlaten, moet hun kleding hen beschermen tegen die gevaren. Ze moeten ook zo weinig mogelijk echt contact leggen, want voor je het weet…

Dit dualisme geldt in de islam ook, maar dan voor alle vrouwen… Zij moeten kloosterlijk leven, zonder klooster. En onderwijl mogen – vreemde paradox – de mannen gewoon hun gang gaan. Zij zijn ook altijd seculier gekleed.

Habijt en boerkini/hoofddoek/nikab hebben dus inderdaad een soortgelijke boodschap: ‘Wereld daarbuiten, ik wijs u af… ‘. Een moslimvrouw-volgens-deze-opvatting-die-vrij-gangbaar-is (maar volgens mij is ieder mens vrij om z’n religie ook anders te definiëren... zie deze pagina, en deze) woont de facto dus in een klooster’ (=huis/familie) en wordt geacht de buitenwereld (en m.n. de mannen) te mijden. Problematisch lijkt me als je een seculiere samenleving wilt die de naam samen-leving waardig is en waar de non-discriminatie op grond van sexe in de grondwet is ingeschreven.