Redelijke accommodatie en de ramadan

Als stap in de richting van een Europese islam stel ik voor dat de ‘Raad van theologen’ het begrip redelijke accommodatie* in hun koran- en hadithuitleg opneemt en alle moslims laat weten dat Allah het graag ziet als zij overdag in de zomer water drinken, ook tijdens de ramadan: een kwestie van gezond verstand.

De term ‘redelijke accommodatie’ ontleen ik aan het recente boek van Patrick Loobuyck, ‘Samenleven met gezond verstand’ . Hij bedoelt daarmee dat je tegemoetkomend moet zijn als medeburgers op grond van hun geloof bijzondere maatregelen vragen, maar proportioneel. Dat is geen soumission, maar redelijke accomodatie. Een sterk pleidooi is het. Maar het geldt ook andersom, lijkt me. Anders verwordt het fundamenteel mensenrecht al snel tot een claimrecht van fundamentalisten.


praktische tips

Als je gezond bent, kan de ramadan geen kwaad. Ben je echter zwak, dan is het gevaarlijk.

Doordat je ’s avonds eet, krijg je op zich voldoende voedingsstoffen binnen. Wel is je energiebalans in de war, zeker als de ramadan in de zomer valt. Je hersenen (denk aan de jongelui met hun eindexamens) hebben gedurende de dag energie nodig om goed te kunnen functioneren. Als je dan niet eet, kun je je minder goed concentreren. Ook krijg je makkelijk last van prikkelbaarheid (stemmingswisselingen, humeur). In landen waar de ramadan een traditie is, is dat geen probleem. Daar wordt tijdens de ramadan minder hard gewerkt en kun je rekenen op begrip van je omgeving. In een seculiere samenleving ligt dat moeilijker. Paradoxaal wordt de kans groter dat je daarom – van de weeromstuit – fanatieker wordt. Niet doen, ongezond! Vergeleken met de landen van oorsprong hebben wij het bijkomende probleem, dat bij ons in de zomer de dagen zo lang duren. Diabetici moeten zonder meer gebruik maken van de vrijstelling die ‘zieken’ hebben op de vastenverplichting. Voor zichzelf en voor de samenleving.

Niet drinken overdag. Is dat gevaarlijk?

Als je ’s nachts (tussen 22u-5u30) voldoende drinkt, is ook dat geen probleem. Het is alleen wel heel moeilijk om ‘vooraf te drinken’, want je hebt geen dorst, zeker als je daarvoor om 5u ‘s ochtends de wekker moet zetten. Onder extreme omstandigheden is er een risico op uitdroging. Hoofdpijn en concentratiestoornissen komen veel voor. Daarom dat je tijdens de ramadan in de zomer, zeker als de temperatuur boven de 25 graden stijgt, toch maar beter een flesje water bij je hebt en geregeld een slokje neemt. Volgens de meeste moslimleiders die ik ken, is dat perfect legaal. En dat anderen je verwijtend aankijken, of je geen ‘goede moslim’ noemen, moet je je niet aantrekken. Zij gaan moreel en menselijk in de fout, ook vanuit de islam gezien, jij niet. Groepsdruk is een schending van de vrijheid van godsdienst. Jìj bent vrij om te bepalen hoe jij je gods-dienst invult, vormgeeft. Niemand kan jou dat recht afnemen, want het is een mensenrecht.

Oh ja, dat je water drinkt om je medicijnen te slikken, staat los van de vastenverplichting. Dat hoef ik toch hopelijk niet meer te zeggen.

 

 

Teveel respect voor institutionele religie schaadt de individuele vrijheid van godsdienst

Door altijd maar weer rekening te houden met de eisen van traditionele (=conservatieve) moslims maken we het Europese (=zelf-denkende) moslims moeilijk om hun eigen versie van de islam te ontwikkelen. Teveel respect voor institutionele religie schaadt de individuele vrijheid van godsdienst.

Een historische denkoefening bij het begin van de Ramadan

Stel u voor: Een drukkerij in een middelgrote stad in een islamitisch land. Het is ramadan. Het nieuwste boek van Rachid Benzine is op de pers gelegd en moet voor het einde van de week in de boekhandels liggen. De arbeiders werken keihard maar de zon brandt ongenadig en halverwege de middag zijn ze uitgeput bij gebrek aan eten en drinken. De deadline komt snel naderbij. De baas belt een hele reeks imams op en vraagt of zijn arbeiders de vasten mogen verbreken om te eten en te drinken. Na een aantal keren nul op het rekest te hebben gekregen is er een imam, die hem vertelt dat er in de godsdienst geen dwang is en dat hij dus zelf moet beslissen of hij dit voor Allah en zijn geweten verantwoorden kan. De baas ziet de afgematte blik in de ogen van zijn arbeiders, denkt aan de deadline en de bijbehorende boete, en hakt resoluut de knoop door. Hij laat een traiteur komen en in de schaduw van de palmboom voor de drukkerij nuttigt de hele ploeg een volledige maaltijd. Hoe dit verhaal verder zou gaan, laat ik aan mensen met meer kennis van zaken over. Enige commotie zal dit vast wel veroorzaken.

Waar gebeurd in Zürich (1522)

In de drukkerij van Froschauer in Zürich wordt hard gewerkt om het nieuwste boek van Erasmus van Rotterdam op tijd klaar te krijgen voor de Frankfurter Buchmesse. Het is maart 1522. De Vasten begint. In Zürich is die streng: Geen vlees, geen vleesnat, geen eieren, geen melk. Het dagelijks menu bestaat voor de arbeiders uit variaties op het thema ’groentenmoes’. Mr. Froschauer neemt contact op met de lokale priester, Ulrich Zwingli, en vraagt of hij zijn mannen vlees mag voorzetten. Zwingli is van mening dat het woord ‘vrijheid’ de kern van het evangelie beter weergeeft dan ‘verplichting’ en geeft zijn zegen. De arbeiders durven niet goed, want de bisschop was duidelijk geweest in zijn vastenbrief en de regels van het kerkelijk recht evenzeer. Zwingli komt naar de drukkerij, haalt een reeks bijbelteksten aan van Jezus en Paulus over voedsel en spijswetten, en verzekert met de hand op zijn hart dat God niet boos zal worden als ze zich niet aan de voorschriften zouden houden. Mochten er problemen komen, zo belooft hij de drukker en zijn knechten, dan zal hij het voor hen opnemen. En zo geschiedde het dat half maart 1522 er door de lokale slager een voorraad rijpe gedroogde worsten wordt geleverd bij drukkerij Froschauer, die door de arbeiders met smaak worden genuttigd. De drukker nam er zelf ook één, Zwingli bedankte er vriendelijk voor. De reacties lieten niet lang op zich wachten. De volgende dag lag er al een klacht bij de Stadsmagistraat tegen Froschauer en Zwingli (NB: kerk en staat waren nog niet gescheiden). De bisschop van Konstanz liet in niet mis te verstane woorden zijn afkeuring blijken en dreigde met tuchtmaatregelen. De Stadsraad gelastte een onderzoek. Onderwijl werd er in bierhuis en restaurant, op markten en pleinen, tijdens recepties en feesten over niets anders meer gepraat. Er vormden zich facties en het kwam tot rellen in de stad. Op de derde zondag van Vasten preekte Zwingli voor een overvolle kerk over het thema ‘Dat een mens vrij is als het gaat om de keuze van wat hij eet en dat het hem vrij staat of hij al dan niet vast’. Toen de schout er vervolgens achter kwam dat een groep vastenverdedigers plannen aan het smeden was om Zwingli te ontvoeren, versnelde de Stadsraad de procedure en besliste dat de ‘nieuwlichters’ een kans moesten krijgen om hun zaak te verdedigen. Het is hier niet de plaats om op het vervolg in te gaan, maar laat me volstaan met te zeggen dat Zwingli in een publiek debat de lokale overheden wist te overtuigen van het goed recht van zijn zaak en dat binnen één jaar de kerk van Zürich ‘hervormd’ werd: Erediensten vonden in het locale dialect plaats, men begon met een bijbelvertaling voor het gewone volk, en en passant trouwden de meeste priesters met hun vrouw. De bisschop werd wandelen gestuurd.

Vandaag?

Met deze gedachtenoefening wil ik erop wijzen dat we bij alle aandacht voor de ‘vrijheid van godsdienst’ het misschien ook eens moeten hebben over de ‘vrijheid binnen een godsdienst’. Wat doen de religieuze instituten met mensen die een mening hebben die niet ‘gedekt’ wordt door het instituut, zoals die van Zwingli die vond dat vasten niet essentieel was voor het christen-zijn, toentertijd een revolutionaire opvatting. Op vandaag toegepast: Wat doet ‘de islam’ met moslims die zeggen: ‘ik trek me van de vasten/ramadan niets aan, want ik kan best zonder dit uiterlijk gedoe moslim zijn’. Of: ‘Ik vind het verhaal rond Mohammed best wel tof en inspirerend maar al die regeltjes, dat zegt me niets. En met deze hitte niets drinken: Ik zou wel gek zijn! Het gaat toch om het hart’. Of: ‘Ik eet alleen maar halal als ik zelf kook en eet verder lekker wat de pot schaft als ik bij vrienden ben, want ik vind mijn vrienden belangrijker dan mijn eten’. De ‘officiële religie’ zal dan vaak zeggen: dat zijn geen ‘echte’ moslims, of geen ‘goeie’. Zoals men ook over Zwingli en de zijnen zei in 1522. Maar, zo vraag ik, waarom zouden wij altijd met de opvatting over ‘het wezen van de religie’ van theologen en kerkleiders moeten meegaan in onze dagelijks omgang en wetgeving? Het stadsbestuur van Zürich had het lef om ook de ‘vrijdenkers’ een kans te geven. Sterker nog: zij zag het als haar plicht om de minderheidsopinie te beschermen tegen de conformiteitsdwang die er van de heersende religie uitging. Zijn wij, zo vraag ik me af, ons er wel voldoende van bewust dat we door toe te geven aan de eisen van conservatieve moslims, het tegelijk de vrijere geesten moeilijk maken om hun ‘ontwerp’ van de islam nog door te zetten. Immers: Door tegemoet te komen aan wensen van bepaalde groepen moslims om een hoofddoek te dragen, halal te eten, het vasten te onderhouden, ritueel te slachten etc, worden wij ongemerkt en ongewild ook hun partners in de strijd tegen nieuwlichters die suggereren dat je ook moslim kunt zijn zonder. Wij nemen namelijk hun definitie van ‘islam’ over en houden die via wetgeving aan alle anderen voor als normatief.

 

26 mei 2017, Dick Wursten

[ook verschenen als opiniestuk in De Standaard]

Hieronder: afbeelding van de disputatie die in 1523 plaatsvond in het Raadhuis van Zürich: