13/05/2017

Wie is moslim ? (bespreking van het boek van Ajouaou)

Mohammed Ajouaou, WIE IS MOSLIM? Geloof en secularisatie onder westerse moslims. Meinema 2014.

237 blz. € 22,50. ISBN: 9789021143767

De auteur (geboren in 1968 in Marokko, sinds 1991 woonachtig in Nederland) is sinds 2007 hoofd islamitische geestelijke verzorging (Ministerie van Veiligheid en Justitie) en sinds 2011 doctor in de Sociale- en Religiewetenschappen (Universiteit van Tilburg). Momenteel is hij universitair docent islam aan de theologische faculteit van de VU-Amsterdam. In dit boek probeert hij de ‘beleefde en geleefde’ islam voor het voetlicht te halen. Het is sociologisch getint en bevat veel voorbeelden uit de praktijk (veelal de geestelijke verzorging). De auteur concentreert zich op de vraag uit de titel: ‘Wie is moslim?’ Dat is geen gemakkelijke vraag. Religieuze praktijken en opvattingen zijn ook bij moslims niet consistent: Er zijn er die wel Ramadan ‘vieren’, maar niet vasten. Zijn dat dan geen moslims? Of men geeft wel ‘zakat’, maar doet niet aan ‘salat’. Eigen ervaringen en verhalen verluchten de hoofdstukken, waarin de arabische basisbegrippen worden gekaderd en toegelicht. De auteur weigert die termen te vervangen door ‘westerse’ woorden omdat dit begrippenkader de realiteit vertekent. Een kerk is nu eenmaal geen moskee en ‘salat’ is niet hetzelfde als ‘ons’ bidden (dan zou je eerder aan ‘du’a’ moeten denken). Bijzondere aandacht gaat – zie ondertitel – naar de vraag hoe islam en secularisatie zich verhouden. Dit wordt in het laatste hoofdstuk (5) uitgewerkt, waar m.n. aan de hand van de discussies op www.hespress.com (arabisch internetforum) visies op secularisatie aan de hand van diverse lijsten met opvattingen over geloofsleer, beleving, praktijk en politieke ideologie (volgens auteur overigens een wezenlijk onderdeel van de islam). Hij laat zien dat er voor- en tegenstanders zijn en dat het er soms hevig aan toe gaat. Dat had wel wat meer mogen zijn, vooral qua analyse. Wel lezen we hier mooie paradoxen: Men kan binnen de islam “tegelijk praktiserend zijn en geseculariseerd”, en – spannender: “niet-praktiserend, en toch gelovig en zelfs orthodox.” Dat wil zeggen dat velen zich moslim noemen die het wereldbeeld (m.n. de harde visie op ‘niet-moslims’) van gelovige moslims overnemen als absolute waarheid zonder enige vorm van spirituele diepte. Geen fijne gedachte. Wat ook opvalt, is dat het ‘legalistische’ karakter van de theologie ook de beleefde en geleefde islam kenmerkt: Men stelt vragen aan ‘geleerden’ en rekent op duidelijke, apodictische ‘Weisung’ (‘Wat mag ik doen als mijn man een tweede vrouw wil huwen’?). Dit had toch ook wel wat meer analyse verdiend.

De auteur is zich overigens terdege bewust dat het onderzoek naar de referentie van een religieuze marker (‘moslim’) lastig is, omdat religie altijd meer is dan alleen maar een verwijzing naar een geloof of een cultus. Hij schetst een basisprofiel (hoofdstuk 2, afgeleid uit de koran, soera 23), waaraan hij een beschrijving toevoegt van de ‘beleefde en geleefde praktijk’ (uitgebreid profiel). Zo krijg je een beeld van hoe ‘gewone moslims’ denken over bijv. ‘saytan’, ‘fatwa’s’, de ‘umma’, ‘de dood’, ‘kuisheid’, de rol van de ‘imam’ en aspecten van de volksreligiositeit. In hoofdstuk 3 wordt de praxis beschreven op gelijkaardige wijze. Dit is een omvattend en instructief hoofdstuk over hoe het geloof van moslims op een veelkleurige wijze omgezet wordt naar en beleefd in de praktijk en hoe men daarover binnen de islam discussieert. Hoofdstuk 4 tast historische voorlopers van deze discussie af (beetje vreemde eend in de bijt). Onderwijl wordt duidelijk hoe lastig sommige moslims het hebben met hun eigen profiel. Dat wil zeggen: De westerse wereld waarin zij leven (de seculiere samenleving) zien ze vanuit het binnen-koranische perspectief, waardoor moslim-zijn en burger-zijn begint te wringen. Dat willen velen niet, maar ze ontberen de ‘tools’ om daar op een constructieve wijze mee om te gaan. Veel (internet-)discussies tussen moslims hierover eindigen dan ook vaak in een aporie. Zolang het ‘basisprofiel van de moslim’ niet ter discussie kan worden gesteld, zal elke moslim de zes pijlers van het geloof (incl. wereldbeeld) moeten aannemen en er dus door worden vastgepind en geoordeeld. Who phrases the question, frames the answer. Deze kritiek neemt niet weg dat dit boek zeer leerrijk is en correcte informatie verstrekt over de reële islam, iets waar we als samenleving grote nood aan hebben.

Dick Wursten

Vrijheid van godsdienst