Nefaste classificatie per religie: de erfenis van Brits Indië

70 jaar geleden explodeerde een ogenschijnlijk onschuldig idee uit de 19de eeuw, namelijk de administratieve ordening van een hyperdiverse samenleving volgens eenvoudige religieuze parameters (hindoe of moslim) in het gezicht van de bevolking met meer dan een 1.000.000 doden tot gevolg. Nog los van de miljoenen displaced persons. Ik heb het over Brits Indië (na de explosie in 1947: Pakistan/Bangladesh en India). 

Een religieuze identiteitsmarker is gulzig van aard en slorpt na verloop van tijd alle andere persoons- en groepskenmerken op. Op het moment dat er dan maatschappelijke onrust ontstaat (of een machtsvacuüm) gaat een hyperdiverse groep mensen die allerlei vormen van samen-leven in maar half bewuste diversiteit heeft ontwikkeld, zich plots organiseren lang religieuze scheidslijnen. En dan is de ellende niet meer te overzien. Ik zie parallellen met vandaag, en niet alleen in Myanmar (dat lijkt me een late uitloper). U ook ?

Meer over deze tragische fout [een ambtenaarlijke kijk op religie versterkt de religieuze identiteit] op deze pagina van deze blog, of met meer achtergrond en context in mijn online gepubliceerde studie over relige, het deel over ‘religie als groepsaanduiding’

 

Hoe minister Geens de Moslimexecutieve de doodsteek geeft

Antwerpen, 24 augustus 2017

Geachte meneer de minister, beste heer Geens,


U klonk naar aanleiding van de aanslagen in Barcelona en Cambrils behoorlijk vastberaden in Terzake: “Ik ga de Moslimexecutieve vragen dat zij alle Belgische moskeeën, erkend of niet erkend, vragen elke imam die daar passeert te melden. De Moslimexecutieve moet die informatie aan de Staatsveiligheid doorspelen. Zo komen we tot een systeem waarin de Staatsveiligheid onmiddellijk verneemt wie predikt, ook in niet-erkende moskeeën.”

Hiermee hebt u echter wel de Moslimexecutieve de doodsteek gegeven, omdat u de organisatie openlijk degradeert tot een dependance van de Belgische Staatsveiligheid, nog los van het feit dat de Executieve sowieso geen bevoegdheid heeft ten opzicht van niet-erkende moskeeën (het merendeel). Het is een bevestiging van wat vorige maatregelen al lieten vermoeden: u instrumentaliseert de religieuze instanties, wat uw goed recht is als staat, maar mocht ik in zo’n religieus representatief orgaan (synode, bisschoppenconferentie, consistorie, executieve of hoe ze ook mogen heten) zetelen, u zou een kwaaie aan mij hebben.

De overheid moet zich niet moeien met de religieuze instellingen (laat die zichzelf maar organiseren). Ze moet zich daarentegen bezig houden met het gedrag van haar burgers, ook als die dat religieus motiveren. Op dat punt vind ik u dan weer veel te bang en te voorzichtig. U meent dat haatzaaiende predikanten enkel kunnen worden aangepakt via de officiële eredienst? Hoe komt u daarbij? Haatzaaien is bij wet verboden. Punt andere lijn. Een beroep op de ‘vrijheid van godsdienst’ of ‘de scheiding van kerk en staat’ heeft daar niets mee te maken. Godsdienst kan niet dienen als dekmantel voor haatzaaierij. En mensenrechten mogen niet worden ingeroepen om de rechten zelf aan te vallen (staat ook in de Verklaring van de rechten van de mens).

Meningen mag je dus hebben, en je mag ze verkondigen, zeker. Dat kunnen dus ook domme, onwelgevallige en zelfs opruiende meningen zijn. Zo hebben wij hier met elkaar afgesproken. Het recht op vrijheid van meningsuiting (waarvan de vrijheid van godsdienst slechts een variant is) is verankerd in de genen van ons recht, omdat wij de winst voor het mens-zijn hiervan hoger inschatten dan de nadelen. Die nadelen zijn er ook, maar die proberen we in te perken en aan te pakken middels algemene wetgeving: ‘Aanzetten tot haat’ is strafbaar. Dat mag dus niet, nooit niet, nergens. Daarvoor kun je vervolgd worden en, bij voldoende bewijs, ook veroordeeld worden. Of je dat nu in een kerk, moskee, café of tijdens een verkiezingsbijeenkomst doet, maakt in principe niet uit.

Dus, ik zou zeggen: als u een vermoeden hebt dat het misgaat in islamitische gebedshuizen, aarzel dan niet om dat ‘met de geëigende’ middelen te onderzoeken en aan te pakken. Daar hebt u geen toestemming van wie dan ook voor nodig. Doe dat zoals elke zichzelf respecterend geheime dienst zou doen met eender welke dreiging die zij moet onderzoeken.
En tot de moslims in België nog dit, nu blijkt dat er in uw midden relatief veel van dit soort gevaarlijke gasten rondlopen: als u er eentje tegenkomt, spreek hem erop aan, spreek hem tegen, bied weerwerk, wederwoord. Dat hoort ook tot de vrijheid van meningsuiting. Zij mogen het zeggen, maar behoren ook weersproken te worden. Het bieden van morele weerstand is namelijk een taak voor elke burger van dit land.

[Opinie ook verschenen op de digitale opiniepagina van De MORGEN – 24/8]

Het offerfeest komt er weer aan

Nog 7 nachtjes slapen en in plaats van schaapjes tellen mag je ze weer handmatig de keel oversnijden, bij voorkeur onverdoofd. Over de m.i. misplaatste solidariteit die christenen hier aan de dag menen te moeten leggen heb ik elders al het nodige gezegd, dus dat ga ik hier niet herhalen. Alternatieven om het Offerfeest te vieren zijn er ook binnen de moslimwereld plenty. Dus, komaan zeg: Evolve…

Ik wil vandaag enkel wijzen op de impact die het live meemaken van het slachten van dieren heeft op kinderen. En ik ben niet sentimenteel van aard, dus daarom gaat het mij niet. Het gaat om iets diepers: hoe breng je kinderen – voor het eerst – in aanraking met het doden van een levend wezen. De ‘eerste keer’ is namelijk bepalend voor hoe je daar de rest van je leven mee omgaat, tegenover staat. Welnu: Ik begrijp dat moslimpapa’s graag hun zonen (zo jong mogelijk) meenemen naar de slachthuizen om die ervaring met hen te kunnen delen: mysterium fascinans et tremendum, inderdaad. En voor het Offerfeest – als ze het niet zelf mogen zien/doen – dan toch via live-streaming vanuit het slachthuis. Wat voor effect heeft dat op die kinderen?

Welnu, afgelopen zomer zag ik delen van de TV-reeks De neven van Eus (Öczan) waaronder die aflevering waarin Eus vertelt over zijn eerste Offerfeest (of was het een standaard halal-slachting? Voor het lam maakt het niet uit) en zijn eigen besnijdenis. (lees verder onder de foto)

Eus (Öczan)  bij zijn geboortehuis

Hij was vier jaar geworden, zo vertelt hij, en had een lammetje gekregen. Hij kon er nog op zitten: “Ik werd hier in deze tuin rondgereden, en had een paradijselijk gevoel. Ik had een vriendje hier in dit primitieve, verlaten dorp.” Maar op een dag gebeurde er iets vreselijks. De dorpsslager kwam langs en nam het lammetje van Eus zomaar mee. “Ik ging achter die man aan. ‘Wat doet u nou in godsnaam met mijn lammetje?’ Toen zag ik de man een gebed doen, een groot mes pakken, en bam: het lammetje werd de keel doorgesneden.” Terwijl een onthutst Eusje toekijkt, bloedt het lammetje dood op de grond. Hij was ontroostbaar. Zijn vader zei  “Wat ben je aan het huilen? Je bent toch geen meisje?! En met een grote grijns voegde hij toe: ‘Kom, we gaan er lekker van barbecuen'” Alsof dat allemaal nog niet erg genoeg was, werd de volgende dag ook het mes in Eus zelf gezet: Hij werd besneden, ‘Onaangekondigd, onverdoofd en ongelukkig’. Waarna iedereen zich aan tafel zette en zijn lammetje at. Als protest tegen zijn ouders at Eus tien jaar lang geen vlees.

Godsdienst en homoseksualiteit

Kan een christen of een moslim homo zijn?

Antwoord: Ja natuurlijk, want seksuele gerichtheid heeft op zich niets met geloof te maken en wordt daardoor dus ook niet echt beïnvloed (hoewel sommigen dat wel claimen). Iets anders is hoe men binnen officiële religies met seksuele voorkeuren omgaat. Hier wreekt zich dat religies voor een groot deel culturele tradities zijn en dus oude opvattingen overleveren. Daar kunnen diepmenselijke inzichten (eye-mind-and-heart-openers) tussenzitten – zeker!, maar ook tot goddelijke wet verheven oeroude taboes en machtsmechanismen. Dit is zeker het geval op het terrein van de seksualiteit. Patriarchiale structuren krijgen hier een goddelijk statuut onder verwijzing naar ‘natuurlijke seksuele aandriften’ van man/vrouw (met ditto rolpatronen). Deze ‘natuurlijke oertoestand’ (scheppingsordening heet dat dan in theologen-kringen: begin is beginsel gevat in een normatief natuurbegrip) houdt echter geen stand als je die afzet tegen de wijze waarop de wetenschap (biologie, neurologie, cognitiewetenschap) ‘gender-issues’ tegenwoordig op zeer overtuigende wijze een plaats geeft binnen het complexe zelfbeeld van een mens. [Over deze zin moet u even nadenken voor u verder leest. Ze is essentieel.]

Vrouwen, homo’s en mensen bij wie de inherent ervaren sekse niet klopt met de externe fysieke bouw (transgenders, al dan niet geopereerd) zijn daarvan het grootste slachtoffer. Soms letterlijk, maar altijd psychisch, geestelijk. Beeldt u in dat u homo bent en u uzelf moet leren accepteren terwijl u opgroeit binnen een milieu dat uw seksuele zijn als zondig afwijst. Je zou van minder kapot gaan. Je mag je dus afvragen: Dient de vrijheid van godsdienst (in de zin van ‘de vrijheid om kinderen met dit soort denkbeelden op te voeden’) de mens ?

Vrouwen- en homorechten zijn de ‘kanaries in de koolmijn’ van de rechtsstaat als humane samenleving.

De bijbel, incl. het Nieuwe Testament, heeft over de homoseksuele daad (op een andere wijze komt lgbt in dit boek niet aan bod) niets positiefs te zeggen en in het Mozaïsche wetboek is de doodstraf voorzien voor ‘mannen die seks hebben met mannen’ want dat is ‘een gruwel in Gods ogen’. In het Engels: Abomination. Idem in de koran, logisch.

Enkel als de religieuze instituten hun heilige geschriften ook als tijdbetrokken menselijke documenten zien, is er hoop, want dan ontstaat er een hermeneutische ruimte waarin mensen moeten gaan zoeken naar betekenis, impact, draagwijdte, zeggingskracht. Dan ontstaat er dus een gesprek. Dit is in de christelijke traditie zeker het geval maar het blijft ook daar een gevecht met fundamentalistische, biblicistische stromingen, die de bijbel on-historisch lezen. Ja u leest het goed: ‘on-historisch’, want als je teksten echt serieus neemt en leest zoals ze zich presenteren, d.w.z. als ‘historische documenten’, dan krijgen ze vanzelf context (= de tijd waarin ze zijn ontstaan, èn de tijd waarin wij ze lezen) en ontstaat er discussie. Geïnteresseerd in hoe dat in de protestants-evangelische wereld zit, lees dan het artikel ‘God verandert homo’s… of toch niet‘.  Het gaat over ‘opkomst, ondergang (en terugkeer) van de bekeringstherapie’.

 

It’s religion, stupid !

In de weekendkrant (de MORGEN) van 29-30 juli was er weer veel aandacht voor religie. Mark Elchardus analyseerde de onverdraagzaamheid en het geweld in de samenleving vanuit historisch perspectief en kwam tot de conclusie: ‘It’s religion, stupid’. Als het ware om te bewijzen dat er weinig nieuws onder de zon is, was er in dezelfde krant aandacht voor de zoveelste kinderverkrachtende priester die de dans lijkt te ontspringen (het Vaticaan bougeert niet) en werd de benauwende atmosfeer binnen de beweging van de Jehovah’s getuigen geschetst aan de hand van enkele getuigenissen, seksueel misbruik incluis: ‘It’s religion, stupid’.

Is dat zo? Ik zal niet ontkennen dat religie hier een kwalijke rol speelt, maar stel voor om nuchter te blijven. Religie is namelijk ook maar een ‘bezigheid van mensen’. God verkracht niemand, want hij bestaat niet op die manier. Het zijn ook binnen religieuze gemeenschappen altijd mensen die kinderen misbruiken. De juiste vraag is dus: Welke rol speelt de verwijzing naar God binnen deze menselijke misdaden? Wat mij dan opvalt is dat misbruik binnen religieuze organisaties (kerk of secte) vooral daar voorkomt waar de groepsidentiteit heel belangrijk is en de leidinggevenden een aparte status hebben binnen de gemeenschap.

  1. Met groepsidentiteit bedoel ik het gevoel dat de gemeenschap waartoe je behoort iets bijzonders is, een meer dan menselijke club. Het is het ‘lichaam van Christus’ (zo de kerk) of de ‘Umma’ (islam) of de door God zelf uitverkorenen (dit heel sterk bij de Jehovah’s getuigen, maar ook in andere sectarische groepen. Soms verwoord als: wij zijn ‘het volk van God’ of de ‘bruid van Christus’). Je persoonlijke welbevinden is ondergeschikt aan het groepsgebeuren. Het argument dat je de groep geen ‘schade’ mag toebrengen wordt steevast gebruikt tegen slachtoffers of malcontenten die met hun verhaal naar buiten willen komen. Als binnen die groeps-identiteit het begrip ‘vergeving’ dan ook nog een grote rol speelt, gaat het helemaal mis. De oproep om de dader ‘te vergeven’ is vaak de genadeslag voor het verzet van het slachtoffer. Er wordt immers verwezen naar het voorbeeld van God/Jezus (onterecht, maar dit terzijde). Het niet-vergeven-kunnen wordt een zonde. Ja, psyschologisch afschuwelijk, maar religieus doodgewoon.
  2. De status van de leidinggevenden is ook een niet te onderschatten factor. Het zijn meer dan gewone mensen, dus mogen ze ook meer. Omdat die hoge status echter vermomd wordt als een uiterste vorm van dienstbaar zijn (aan God) is ze moeilijk te doorzien eens je ‘in de groep’ zit. Deze aparte status is in de rooms-katholieke leer zelfs fysiek verankerd in het celibatair priesterschap. Het lichaam van deze man is niet meer dat van een man, maar van een representant van God. Tsja. In de protestants-evangelische wereld is het leiderschap vaak een charisma, bijv. de gave van de ‘verkondiging’. Hij was toch zo’n goede jeugdleider, zo’n geweldige evangelist, zo’n gevoelige pastor, zo’n uitzonderlijke bijbelkenner etc. In Afrikaanse / Zuid-amerikaanse groepen is het vooral de ‘performance’ die het ‘m doet. Ook hierdoor ontstaat er een mate van onaantastbaarheid. De getuigenis van de Jehovah-getuigen in De MORGEN was op dit punt zeer duidelijk.

Het is dus niet religiositeit op zich waar het gevaar in schuilt, maar hoe men binnen een religieuze gemeenschap de link legt tussen menselijke gedrag en ‘god’ . Zit ‘god’ heel dicht aan tegen de groepsidentiteit en de rol van de leiders, dan moeten de alarmlichtjes gaan branden. Is er op dat punt veel ruimte, dan hoeft religie niet per se gevaarlijk te zijn. Dit verschilt nog al van religieuze groep tot groep en kan ook veranderen in de loop van de tijd. Men kan met verwijzing naar ‘god’ zowel bevrijdende als onderdrukkende verhalen vertellen, emanciperende zo goed als kleinerende. Ook hier geldt: het zijn mènsen die die verhalen doorvertellen en daarbij keuzes maken, selecteren. Dat betekent dat het dus ook altijd anders kan. Religie is en blijft een menselijk construct. Professor Elchardus zal de eerste zijn om dat te beamen, vermoed ik. Als socioloog weet hij als geen ander dat je middels een socio-psychologische analyse van groepsprocessen, identiteitsvorming, afhankelijkheidsverhoudingen, complottheorieën etc. veel kunt verhelderen van hoe het in religieuze gemeenschappen toegaat. Je kunt dan ook meteen vaststellen dat religieuze gemeenschappen hier niet zoveel verschillen van bijv. een sportverenigingen (denk aan de judoka’s en hun coach). Het voordeel dat een nuchtere benadering van religieuze fenomenen (nl. als groepsprocessen) oplevert, is dat je er ook wat aan kunt doen. Middels het onderwijs bijvoorbeeld. Daar krijg je ‘kennis en vaardigheden’ aangereikt, en die gaan een stuk verder dan rekenen en schrijven. De school werkt ook altijd persoonsvormend. Zo zou je op school bijvoorbeeld ook kunnen leren hoe complottheorieën werken, hoe je manipulatie herkent, hoe je je daartegen kunt verzetten, waarom de persoonlijke integriteit (niet in het minst die van je eigen lichaam) onschendbaar is etc. En ook, waarom onze samenleving de vrijheidsrechten van de mens (volwassenen èn kinderen) zo hoog in het vaandel geschreven heeft. Dit soort competenties in de vorm van ‘eindtermen’ gieten, lijkt me eigenlijk voor een levensbeschouwelijk chaotische samenleving als de onze, niet meer dan normaal. Zo worden kinderen en jongeren moreel weerbaar gemaakt, onafhankelijk van de levensbeschouwelijke keuze van de ouders en kunnen we tegelijk werken aan “leren samenleven in diversiteit”.

Dick Wursten

[Ook – in kortere vorm – verschenen in De MORGEN van 1-8-2017]

De boerkini ziet eruit als een badpak, maar is het niet.

De boerkini is een symbool

symbool 1. een teken dat een bepaald idee, concept of object representeert. vb. duif = vrede.

De boerkini is een badpak met symbolisch karakter. Dat heeft niets met de zwemfunctie te maken, maar alles met het achterliggende idee/concept dat het representeert, letterlijk: present stelt. In dit geval een mensvisie, m.n. dat mannen seksuele roofdieren zijn en dat niet de man daaraan iets moeten doen (zich leren beheersen bijv.), maar dat het aan de vrouw is om zich daarom uit het openbare leven terug te trekken. Als zij dan toch daaraan wil participeren dan moet dat dat met veel omzichtigheid gebeuren. En als het misgaat, dan is het haar schuld. Daar gaat het in de maatschappelijk discussie over – of daarover zou het moeten gaan. In die zin is ‘de boerkini’ een terecht een symbool-dossier. Het gaat erom dat de dracht van dat badpak verkondigt dat de omgang tussen mannen en vrouwen dient georganiseerd te worden op grond van basic distrust en dat de vrouwen de last die dat oplevert moeten dragen. Ik vind dat geen fijn bericht.

toevoeging: Non-Boerkini

De courante vergelijking met nonnetjes die ‘gesluierd’ zijn en ook geen gewoon zwempak aantrekken, is bijzonder interessant. Ze relativeert de discussie echter niet, maar zet die op scherp. Nonnen dragen immers geen ‘gewone’ kleren maar volgen echt een religieuze dresscode. Zij hebben zich namelijk van de wereld afgekeerd en leven enkel nog voor God (zij zijn ‘bruiden van Christus’). Nikab-draagster heb ik hetzelfde horen zeggen (ik draag deze kleding ‘voor Allah’. Hoe hij mij ziet is voor mij het allerbelangrijkst). Nonnen zijn daarom ingetreden in een klooster (van ‘claustrum’: afgesloten plek). Daarbinnen kun je echt vroom en veilig leven. Daarbuiten (in de seculiere wereld dus, letterlijk: het saeculum) loert het kwaad om de hoek, heerst de vorst der duisternis. Als ze de veilige plek dan toch verlaten, moet hun kleding hen beschermen tegen die gevaren. Ze moeten ook zo weinig mogelijk echt contact leggen, want voor je het weet…

Dit dualisme geldt in de islam ook, maar dan voor alle vrouwen… Zij moeten kloosterlijk leven, zonder klooster. En onderwijl mogen – vreemde paradox – de mannen gewoon hun gang gaan. Zij zijn ook altijd seculier gekleed.

Habijt en boerkini/hoofddoek/nikab hebben dus inderdaad een soortgelijke boodschap: ‘Wereld daarbuiten, ik wijs u af… ‘. Een moslimvrouw-volgens-deze-opvatting-die-vrij-gangbaar-is (maar volgens mij is ieder mens vrij om z’n religie ook anders te definiëren... zie deze pagina, en deze) woont de facto dus in een klooster’ (=huis/familie) en wordt geacht de buitenwereld (en m.n. de mannen) te mijden. Problematisch lijkt me als je een seculiere samenleving wilt die de naam samen-leving waardig is en waar de non-discriminatie op grond van sexe in de grondwet is ingeschreven.

 

Besnijdenis en ritueel slachten

Ik heb serieuze vragen bij ritueel (onverdoofd) slachten en rituele besnijdenis (van jongens – terugbetaald door de ziekenkas), maar toch ben ik echt geen verkapte antisemiet, zoals Jan De Volder suggereert in een opiniestuk in De Standaard. Ik wil gewoon dat er over deze zaken open en fair kan worden gedebatteerd en bovenal: dat we deze gebruiken toetsen aan de wetten van ons land.

Besnijdenis van Jezus, Pellegrino da San Daniele

In De Standaard van 7 juli 2017 suggereert Jan De Volder dat er een verband is tussen het groeiend antisemitisme en de initiatieven in de samenleving die raken aan twee pijlers van het jodendom en de islam: het ritueel slachten van dieren (halal, kosher) &  besnijdenis van jongetjes (dat meisjes niet besneden mogen worden, dat is blijkbaar zonder meer duidelijk voor iedereen). Ik deel zijn bezorgdheid over het groeiend antisemitisme, maar waarom zo dramatisch gedaan. Dat men besnijdenis en onverdoofd slachten een beetje ‘out of order’ vindt in onze samenleving en daar argumenten voor-en-tegen wil afwegen, dat lijkt me eerder een teken dat de democratie leeft.

Wat is er aan de hand? Sommige mensen willen dieren ritueel slachten en de voorhuid van minderjarige jongetjes afsnijden. Welnu, dat mag men willen, maar dat wil nog niet zeggen dat dat zomaar ‘moet mogen’. Dat men het wil en dat ook kenbaar maakt valt zonder meer onder vrijheid van godsdienst en meningsuiting. Maar als iemand om religieuze redenen iets wil, dan staat nergens geschreven dat de samenleving verplicht is die wensen zonder vorm van debat in te willigen. Men mag – nee: moet! – die wensen toetsen aan ‘de wetten van het land’.

Zo gaat dat in een democratische rechtsstaat. Dus laten we dat even doen:

Onverdoofd en ritueel slachten.  Ruim 30 jaar geleden hebben we hierover een wet aangenomen, de wet op het dierenwelzijn, waarin komaf werd gemaakt met onverdoofd slachten (Wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, artikel 16 § 1). Een jaar later heeft men gemeend toch een uitzonderingsclausule te moeten voorzien voor ‘religieus gemotiveerd onverdoofd slachten’. Dat leek proportioneel en een kwestie van gezond verstand. The times they are a-changin. Vandaag is de samenleving in meerderheid een andere mening toegedaan. Namelijk dat de uitzonderingsclausule z’n doel voorbij schiet, omdat het onverdoofd slachten geen uitzondering meer is, maar een courante praktijk. Dat vaststellen is geen kwestie van islamofobie en ook geen ‘dekmantel voor antisemitisme’ (zoals christelijke leiders suggereren in een persverklaring uit mei 2017). Dat is gewoon zoals het gaat in een rechtsstaat en een democratie. De samenleving verandert en afwegingen vallen vandaag anders uit dan enkele decennia geleden. De algemene gevoeligheid voor dierenwelzijn is toegenomen. Dat zie je in de sympathie voor Gaia, Greenpeace, en de opkomst van een ‘Partij voor de dieren’. Dat uit zich in strengere reglementering van slachthuizen, verzet tegen de plofkip, en kritiek op onverdoofd slachten. Dat laatste is een serieuze zaak geworden, omdat de moslimgemeenschap gegroeid is in onze contreien. Dertig jaar geleden was het enkele in een niche dat het gebeurde (Joods), nu kun je dat niet meer zeggen.

En wat de besnijdenis betreft: Ik viel van mijn stoel toen ik las dat de ziekenkas die ingreep vergoedt. Ik dacht dat ingrepen die geen medische indicatie hebben sowieso uit eigen zak betaald moeten worden: een besnijdenis evenzeer als een facelift of een tatoeage. Dat lijkt me een evidentie. Een andere vraag die echter ook niet onbeantwoord mag blijven: Mag een arts dit doen als het niet om medische redenen is? Dit lijkt me een heel pertinente vraag. Temeer daar het een ingreep op minderjarigen betreft. In plaats van hier een antisemitisch (of islamofoob) complot te vermoeden, zie ik deze aanzet tot discussie als een bewijs van de geestelijke gezondheid van onze samenleving.

Redelijke accommodatie en de ramadan

Als stap in de richting van een Europese islam stel ik voor dat de Raad van theologen het begrip redelijke accommodatie* in de officiële koran- en hadithuitleg opneemt en alle Vlaamse moslims laat weten dat Allah het dus graag ziet als zij overdag in de zomer water drinken, ook tijdens de ramadan: een kwestie van gezond verstand’.

De term ‘redelijke accommodatie’ ontleen ik aan het recente boek van Patrick Loobuyck, ‘Samenleven met gezond verstand’ . Hij bedoelt daarmee dat je tegemoetkomend moet zijn als medeburgers op grond van hun geloof bijzondere maatregelen vragen, maar proportioneel. Dat is geen soumission, maar redelijke accomodatie. Een sterk pleidooi is het. Maar het geldt ook andersom, lijkt me. Anders verwordt het fundamenteel mensenrecht al snel tot een claimrecht van fundamentalisten.


praktische tips

Als je gezond bent, kan de ramadan geen kwaad. Ben je echter zwak, dan is het gevaarlijk.

Doordat je ’s avonds eet, krijg je op zich voldoende voedingsstoffen binnen. Wel is je energiebalans in de war, zeker als de ramadan in de zomer valt. Je hersenen (denk aan de jongelui met hun eindexamens) hebben gedurende de dag energie nodig om goed te kunnen functioneren. Als je dan niet eet, kun je je minder goed concentreren. Ook krijg je makkelijk last van prikkelbaarheid (stemmingswisselingen, humeur). In landen waar de ramadan een traditie is, is dat geen probleem. Daar wordt tijdens de ramadan minder hard gewerkt en kun je rekenen op begrip van je omgeving. In een seculiere samenleving ligt dat moeilijker. Paradoxaal wordt de kans groter dat je daarom – van de weeromstuit – fanatieker wordt. Niet doen, ongezond! Vergeleken met de landen van oorsprong hebben wij het bijkomende probleem, dat bij ons in de zomer de dagen zo lang duren. Diabetici moeten zonder meer gebruik maken van de vrijstelling die ‘zieken’ hebben op de vastenverplichting. Voor zichzelf en voor de samenleving.

Niet drinken overdag. Is dat gevaarlijk?

Als je ’s nachts (tussen 22u-5u30) voldoende drinkt, is ook dat geen probleem. Het is alleen wel heel moeilijk om ‘vooraf te drinken’, want je hebt geen dorst, zeker als je daarvoor om 5u ‘s ochtends de wekker moet zetten. Onder extreme omstandigheden is er een risico op uitdroging. Hoofdpijn en concentratiestoornissen komen veel voor. Daarom dat je tijdens de ramadan in de zomer, zeker als de temperatuur boven de 25 graden stijgt, toch maar beter een flesje water bij je hebt en geregeld een slokje neemt. Volgens de meeste moslimleiders die ik ken, is dat perfect legaal. En dat anderen je verwijtend aankijken, of je geen ‘goede moslim’ noemen, moet je je niet aantrekken. Zij gaan moreel en menselijk in de fout, ook vanuit de islam gezien, jij niet. Groepsdruk is een schending van de vrijheid van godsdienst. Jìj bent vrij om te bepalen hoe jij je gods-dienst invult, vormgeeft. Niemand kan jou dat recht afnemen, want het is een mensenrecht.

Oh ja, dat je water drinkt om je medicijnen te slikken, staat los van de vastenverplichting. Dat hoef ik toch hopelijk niet meer te zeggen.

Wie neemt het op voor moslims die wel willen eten tijdens ramadan?

Door altijd maar weer rekening te houden met de eisen van traditionele (=conservatieve) moslims maken we het Europese (=zelf-denkende) moslims moeilijk om hun eigen versie van de islam te ontwikkelen. Teveel respect voor institutionele religie schaadt de individuele vrijheid van godsdienst.

Een historische denkoefening bij het begin van de Ramadan

Stel u voor: Een drukkerij in een middelgrote stad in een islamitisch land. Het is ramadan. Het nieuwste boek van Rachid Benzine is op de pers gelegd en moet voor het einde van de week in de boekhandels liggen. De arbeiders werken keihard maar de zon brandt ongenadig en halverwege de middag zijn ze uitgeput bij gebrek aan eten en drinken. De deadline komt snel naderbij. De baas belt een hele reeks imams op en vraagt of zijn arbeiders de vasten mogen verbreken om te eten en te drinken. Na een aantal keren nul op het rekest te hebben gekregen is er een imam, die hem vertelt dat er in de godsdienst geen dwang is en dat hij dus zelf moet beslissen of hij dit voor Allah en zijn geweten verantwoorden kan. De baas ziet de afgematte blik in de ogen van zijn arbeiders, denkt aan de deadline en de bijbehorende boete, en hakt resoluut de knoop door. Hij laat een traiteur komen en in de schaduw van de palmboom voor de drukkerij nuttigt de hele ploeg een volledige maaltijd. Hoe dit verhaal verder zou gaan, laat ik aan mensen met meer kennis van zaken over. Enige commotie zal dit vast wel veroorzaken.

Waar gebeurd in Zürich (1522)

In de drukkerij van Froschauer in Zürich wordt hard gewerkt om het nieuwste boek van Erasmus van Rotterdam op tijd klaar te krijgen voor de Frankfurter Buchmesse. Het is maart 1522. De Vasten begint. In Zürich is die streng: Geen vlees, geen vleesnat, geen eieren, geen melk. Het dagelijks menu bestaat voor de arbeiders uit variaties op het thema ’groentenmoes’. Mr. Froschauer neemt contact op met de lokale priester, Ulrich Zwingli, en vraagt of hij zijn mannen vlees mag voorzetten. Zwingli is van mening dat het woord ‘vrijheid’ de kern van het evangelie beter weergeeft dan ‘verplichting’ en geeft zijn zegen. De arbeiders durven niet goed, want de bisschop was duidelijk geweest in zijn vastenbrief en de regels van het kerkelijk recht evenzeer. Zwingli komt naar de drukkerij, haalt een reeks bijbelteksten aan van Jezus en Paulus over voedsel en spijswetten, en verzekert met de hand op zijn hart dat God niet boos zal worden als ze zich niet aan de voorschriften zouden houden. Mochten er problemen komen, zo belooft hij de drukker en zijn knechten, dan zal hij het voor hen opnemen. En zo geschiedde het dat half maart 1522 er door de lokale slager een voorraad rijpe gedroogde worsten wordt geleverd bij drukkerij Froschauer, die door de arbeiders met smaak worden genuttigd. De drukker nam er zelf ook één, Zwingli bedankte er vriendelijk voor. De reacties lieten niet lang op zich wachten. De volgende dag lag er al een klacht bij de Stadsmagistraat tegen Froschauer en Zwingli (NB: kerk en staat waren nog niet gescheiden). De bisschop van Konstanz liet in niet mis te verstane woorden zijn afkeuring blijken en dreigde met tuchtmaatregelen. De Stadsraad gelastte een onderzoek. Onderwijl werd er in bierhuis en restaurant, op markten en pleinen, tijdens recepties en feesten over niets anders meer gepraat. Er vormden zich facties en het kwam tot rellen in de stad. Op de derde zondag van Vasten preekte Zwingli voor een overvolle kerk over het thema ‘Dat een mens vrij is als het gaat om de keuze van wat hij eet en dat het hem vrij staat of hij al dan niet vast’. Toen de schout er vervolgens achter kwam dat een groep vastenverdedigers plannen aan het smeden was om Zwingli te ontvoeren, versnelde de Stadsraad de procedure en besliste dat de ‘nieuwlichters’ een kans moesten krijgen om hun zaak te verdedigen. Het is hier niet de plaats om op het vervolg in te gaan, maar laat me volstaan met te zeggen dat Zwingli in een publiek debat de lokale overheden wist te overtuigen van het goed recht van zijn zaak en dat binnen één jaar de kerk van Zürich ‘hervormd’ werd: Erediensten vonden in het locale dialect plaats, men begon met een bijbelvertaling voor het gewone volk, en en passant trouwden de meeste priesters met hun vrouw. De bisschop werd wandelen gestuurd.

Vandaag?

Met deze gedachtenoefening wil ik erop wijzen dat we bij alle aandacht voor de ‘vrijheid van godsdienst’ het misschien ook eens moeten hebben over de ‘vrijheid binnen een godsdienst’. Wat doen de religieuze instituten met mensen die een mening hebben die niet ‘gedekt’ wordt door het instituut, zoals die van Zwingli die vond dat vasten niet essentieel was voor het christen-zijn, toentertijd een revolutionaire opvatting. Op vandaag toegepast: Wat doet ‘de islam’ met moslims die zeggen: ‘ik trek me van de vasten/ramadan niets aan, want ik kan best zonder dit uiterlijk gedoe moslim zijn’. Of: ‘Ik vind het verhaal rond Mohammed best wel tof en inspirerend maar al die regeltjes, dat zegt me niets. En met deze hitte niets drinken: Ik zou wel gek zijn! Het gaat toch om het hart’. Of: ‘Ik eet alleen maar halal als ik zelf kook en eet verder lekker wat de pot schaft als ik bij vrienden ben, want ik vind mijn vrienden belangrijker dan mijn eten’. De ‘officiële religie’ zal dan vaak zeggen: dat zijn geen ‘echte’ moslims, of geen ‘goeie’. Zoals men ook over Zwingli en de zijnen zei in 1522. Maar, zo vraag ik, waarom zouden wij altijd met de opvatting over ‘het wezen van de religie’ van theologen en kerkleiders moeten meegaan in onze dagelijks omgang en wetgeving? Het stadsbestuur van Zürich had het lef om ook de ‘vrijdenkers’ een kans te geven. Sterker nog: zij zag het als haar plicht om de minderheidsopinie te beschermen tegen de conformiteitsdwang die er van de heersende religie uitging. Zijn wij, zo vraag ik me af, ons er wel voldoende van bewust dat we door toe te geven aan de eisen van conservatieve moslims, het tegelijk de vrijere geesten moeilijk maken om hun ‘ontwerp’ van de islam nog door te zetten. Immers: Door tegemoet te komen aan wensen van bepaalde groepen moslims om een hoofddoek te dragen, halal te eten, het vasten te onderhouden, ritueel te slachten etc, worden wij ongemerkt en ongewild ook hun partners in de strijd tegen nieuwlichters die suggereren dat je ook moslim kunt zijn zonder. Wij nemen namelijk hun definitie van ‘islam’ over en houden die via wetgeving aan alle anderen voor als normatief.

 

26 mei 2017, Dick Wursten, [ook verschenen als opiniestuk in De Standaard].

Meer godsdienstfilosofische (en sociologische) duiding vindt u bijv. in deze passage van mijn online boek over religie, dat handelt over de averechtse effecten van de juridische codificatie van de vrijheid van godsdienst.

Hieronder: afbeelding van de disputatie die in 1523 plaatsvond in het Raadhuis van Zürich:

 

 

Misplaatste solidariteit rond ritueel slachten

Christelijke leiders tegen verbod op onverdoofd slachten: Een voorbeeld van misplaatste solidariteit.

In een verklaring over ‘onverdoofd slachten’ (NL – FR) betuigen de ‘christelijke leiders van België’ (als protestant moet ik dan toch altijd een beetje lachen, maar dit terzijde) hun solidariteit met hun Joodse en islamitische collega’s door vraagtekens te plaatsen bij het wetsvoorstel van het Waals parlement om het onverdoofd slachten met ingang van 1 januari 2019 te verbieden.

De verklaring zegt dat er ‘belangrijke waarden in het geding’ zijn. Daar ben ik het mee eens. Al meer dan 30 jaar is er in ons land een wet op het ‘Dierenwelzijn’ waarin het onverdoofd slachten wordt verboden. Dat lijkt mij inderdaad een belangrijke waarde, die wel wat support kan gebruiken van de ‘religieuze leiders’. Het blijkt hier echter niet te gaan om deze belangrijke waarde, maar om de ‘vrijheid van godsdienst’. De religieuze leiders waren dus toch weer vooral bezorgd om zichzelf. Jammer. Maar okay, vrijheid is een belangrijke waarde, en vrijheid van godsdienstuitoefening ook. Alleen zie ik niet goed in wat dat met een verbod op onverdoofd slachten te maken heeft. Natuurlijk weet ik wel dat tot op heden er een uitzonderingsclausule op de wet bestaat, die mensen die onverdoofd slachten buiten vervolging stelt als zij zich beroepen op hun religie: ‘Mijn God/mijn geloof/ gebiedt mij dat te doen’. Door de mensen dit ‘excuus’ te ontnemen wordt er toch geen inbreuk gemaakt op de vrijheid van religie ? Mensen mogen nog steeds vinden dat ze hoogst persoonlijk een schaap de keel over moeten snijden – liefst in familieverband met de kinderen erbij – om het Offerfeest te vieren. Dat wil toch echter niet zeggen dat de staat daar dan meteen maar ruim baan voor moet maken?

Er zijn ook christenen die vinden dat abortusartsen strafrechterlijk vervolgd (en volgens sommigen zelfs: standrechtelijk geëxcuteerd) zouden moeten worden, of dat leraren biologie geen evolutieleer mogen onderwijzen. Toch geen haar op ons hoofd dat eraan denkt om deze mensen hun gang te laten gaan. Vrijheid van godsdienst betekent niet dat de staat alles maar moet toestaan wat men met beroep op ‘God’ (in welke gedaante dan ook) rechtvaardigt. Er zijn ook moslims en christenen (echt waar) die vinden dat polygynie (met meer dan één vrouw gehuwd zijn) de weg is die God de man niet alleen toestaat, maar zelfs wijst. En er waren (maar voorzover ik weet bestaan die niet meer) diep-religieuze mensen die vonden dat kinderen geofferd moesten worden, of dat er seksueel verkeer moest zijn met tempelprosituées voorafgaand aan de rituele offers. Stel u voor dat die religies nog zouden bestaan! Mag je die in naam van de godsdienstvrijheid dan ook geen strobreed in de weg leggen? De staat heeft dus, met inachtneming van de vrijheid van meningsuiting, volledig het recht paal en perk te stellen aan allerhand menselijke handelingen, ook als die religieus gemotiveerd zijn. Godsdienstvrijheid is geen immunisering tegen overheidsbemoeienis, laat staan een vrijbrief om te doen en laten wat je wilt.

Waarom moet de voorzitter van de synodale raad van de protestantse kerk perse het pleit voeren voor de conservatieve wettische vleugel in religies die niet eens de zijne zijn?

Als de Vlaamse en Waalse overheid aan het onverdoofd slachten van dieren niet langer wenst mee te werken, dan is dat haar goed recht. Daarmee staat de ‘belangrijke waarde van de vrijheid van godsdienstuitoefening’ niet op het spel. De overheid geeft dan gewoon aan, dat er grenzen zijn, dat iedere burger voor de wet gelijk is, gelovig of ongelovig en dat wat haar betreft dierenwelzijn boven een religieus ritueel gaat. Zeggen dat het er in seculiere slachthuizen ook vreselijk aan toegaat, zoals de verklaring doet, is een flauwe afleidingsmanoeuvre. Dat is natuurlijk zo. En daar moet evengoed iets aan gebeuren. En dat probeert de wetgever ook. Maar, zo gaat de verklaring verder, de kritiek op onverdoofd slachten wordt zo gemakkelijk ‘een dekmantel voor een discours van misprijzen van de levenswijze en spijswetten van onze joodse en islamitische medeburgers’. Dat zal wel zijn, maar ook daarmee is de grond van de zaak zelf toch niet weerlegd. Abusus non tollit usum (‘Misbruik van iets diskrediteert een goed gebruik niet’) En dan nog: het merendeel van moslims eet al lang vlees uit Nieuw-Zeeland waarop het stempel ‘halal’ staat maar dat afkomstig is van dieren die verdoofd zijn vóór ze geslacht werden. Geen haan die ernaar kraait. Dus waar gaat het dan om? En ook onder de Joden zijn er velen die geen probleem hebben om de regels van de kashroet (kosher-eten) aan te passen, dan wel er vrij mee omgaan. Hun stem hoor je alleen niet. Ik weet wel dat de diep-gelovigen dan roepen dat dat geen èchte moslims/joden zijn, maar waarom zouden zij het alleenrecht op die religie hebben! God is wel in de hemel, maar godsdienst is mensenwerk en regels kunnen altijd ook anders geïnterpreteerd en toegepast worden. Dat is doorheen de geschiedenis constant gebeurd. Godzijdank. De enigen die dat niet kunnen, zijn de fundamentalisten.

Waarom, zo vraag ik mij dus af, moet de voorzitter van de synodale raad van de protestantse kerk perse het pleit voeren voor de conservatieve wettische vleugel in religies die niet eens de zijne zijn? Zou het niet veel zinvoller zijn als hij in zijn publieke optreden solidariteit zou betuigen met mensen die het nodig hebben en dan op grond van waarden die ook de onze zijn. In het Lutherjaar kan ik niet anders dan vermoeden dat de ‘evangelische vrijheid’ van de mens om in eer en geweten zijn eigen leven te leiden voor Gods aangezicht, meer aandacht verdient dan het vrijwaren van de speelruimte van gevestigde religieuze instituten.

Dick Wursten

  • Voor misverstanden en mythes (al dan niet bewust in stand gehouden) rond onverdoofd en ritueel slachten: zie de website van GAIA