hoofddoek en hadith: basic facts

In een vorige post heb ik de basisgegevens uit de koran verzameld. Hier nog enkele argumenten die niet in de koran staan, maar die uit de mondelinge overlevering (hadiths) afkomstig zijn. NB: die is ook normatief, maar niet binnen elke islamitische traditie.

1

De kledingvoorschriften in de hadith

Ter herinnering: de argumentatie aangaande het gezag van de overleveringen (Hadith) gaat zo: De praktisering van het kledingvoorschrift door de vrouwen rondom Mohammed is voorbeeldig, d.w.z., normatief voor de latere generaties. Het betreft dan Mohammeds vrouwen en de vrouwen van Mohammeds metgezellen: de Sahaba vrouwen. Ook kan Mohammed meer gezegd hebben dan in de koran staat. Als dat zo is, dan is ook dat normatief. Maar pas op: de betrouwbaarheid en dus het gezag van de hadiths verschilt.

Terzake: Er zijn enorm veel verhalen in omloop die voortborduren op de kledingsvoorschriften uit de koran die we in de andere post citeerden. Een aantal vertelt dat de boezembedekking die daar geëist werd, stante pede door de vrouwen die erbij waren genaaid werd met stof uit hun rok. Een soortgelijke overlevering is er over de vrouwen die het via hun man te horen kregen (zie onder). Hierbij blijken twee zaken van belang:

  1. Wat mag onbedekt blijven ?
  2. Er moet ook op de lichaamsvormen gelet worden (sexy kleding).

Met name enkele verhalen over kleding uit fijne of dunne stof zijn hier veelzeggend. Een bloemlezing:

  • Toen het vers [soera 24,31] werd geopenbaard keerden de mannen terug naar huis en lazen dit vers voor aan hun echtgenoten, dochters, zussen en verdere familie. Zo hebben die vrouwen, al gelovend in Allah en zijn heilige boek, van hun rokken een khimar gemaakt. De volgende ochtend stonden de vrouwen met hun khimar om, achter de Profeet Mohammed voor het ochtendgebed (Bukhari, Tefsiru Soerah 24:12; Abu Davud, Libas:29).
  • Aisha waarschuwde vrouwen die zich niet bedekten zoals het hoorde. Op een dag werd er een pas getrouwd meisje, met een khimar uit dunne stof, naar haar gebracht. Aisha zei dit: ‘Een vrouw die in de soerah An-Noer gelooft, bedekt zich niet op deze manier” (Al-Kurtubi, 14:157).
  • [Mohammed vermaant in een andere legende Aisha’s zus op ditzelfde punt]: Op een dag verscheen Hazrath Asma, de dochter van Abu Bakr, met kleding uit dunne stof vervaardigd, voor de profeet. De profeet wendde zijn ogen af en zei: “Esma! Het is duidelijk dat wanneer een vrouw de puberteit bereikt, het passend is dat ze van haar lichaam enkel nog deze en die lichaamsdelen laat zien”. Toen de Profeet dit zei, wees hij naar zijn handpalmen en gezicht (Abu Davud, Libas, 31). Hier is de hoofddoek dus wel verondersteld.  
    • NB: Deze hadith wordt door veel moslimgeleerden als ‘zwak’ bestempeld, dus mag niet als argument dienen. De hoofdreden hiervoor is dat dit verhaal chronologisch niet klopt. Het speelt zich af in Mekka, d.w.z. voordat de twee soera’s werden geopenbaard (die stammen uit Medina) .
  • Verwant aan de de vorige is de volgende legende uit ‘Het leven van de vrome vrouwen’. [Volgens veel strekkingen binnen de islam zijn ook zij normatief (voorbeeldig, soenna) voor de later-levenden] : Munzir bin Zubair had de reeds genoemde Hazrath Asma een heel mooie jurk gestuurd, gemaakt van fijne kostbare stoffen. Asma die blind was, voelde aan de jurk en zei: “Breng die terug naar hem!”. Munzir voelde zich beledigd en vroeg om uitleg: “Deze stof is niet transparant, waarom keur je die af? ”Asma antwoorddde: “Ookal is het niet transparant, het laat wel de vormen van het lichaam zien omdat het dun is”. (Hayatus Sahaabiyaat, v.3, pg. 169)

Deze lijst kan eindeloos worden uitgebreid. Blijkbaar had men tijdens de uitbreiding van de islam (als religie) moeite om de vrouwen te temmen.

Oppassen met die religieuze marker!

 Wie bepaalt eigenlijk wie zich moslim mag noemen en wie niet ?

Die terrorist in Nice, was dat nou een moslim of niet? Ja, zegt de Franse regering, maar de politie twijfelt. Zijn vrije seksuele moraal, zijn levensstijl… En de jongens die bij Rouen een priester keelden? De moslimgemeenschap weigerde ze een islamitische begrafenis te geven. Nochtans beriepen zij zich nadrukkelijk op Allah. Wie bepaalt eigenlijk wie zich moslim mag noemen?

[verschenen in het NRC, 15 augustus 2016]

Vragen we theologen om raad, dan hoor je over de vijf zuilen, Koran en Hadith. Maar daar verwijst IS ook naar, alleen komt er dan een ander verhaal uit. Binnen de islam zijn er ontelbare scholen en allemaal presenteren ze hun eigen construct als de ‘ware’ islam. Onderwijl kunnen sunnieten, shi’ieten en salafisten elkaars bloed wel drinken.

Kan, in plaats van de geleerde, de geleefde religie ons helpen? Nou, ook niet echt. Dat blijkt een amalgaam te zijn van gewoontes, tradities, rituelen en opvattingen die per tijd en plaats verschillen. Ze lijken ook meer met afkomst en cultuur te maken te hebben dan met godsdienst in engere zin. De religieuze kleur van veel feesten, eetgewoonten en rolpatronen komt pas aan het licht als ‘gelovigen’ migreren naar een andere cultuur. Plots schuurt het. ‘Niet wijken’ kan dan de reflex zijn, vasthouden! Bij verhuizing van godsdienst X naar cultuur Y bestaat dus het risico dat zo goed als alle do’s and don’ts van cultuur X religieuze voorschriften worden in cultuur Y.

Terug naar de terrorist: als er al sprake is van een religieuze drijfveer, dan kun je die niet zomaar losweken van andere beweegredenen. Religie is een identiteitslaag die doorgaans pas zichtbaar wordt als je ernaar vraagt. De meesten krijgen hun levensbeschouwing van huis uit mee. In de loop van het leven, mede bepaald door het verloop ervan, neem je dingen mee, voeg je iets toe, of laat je wat vallen. De geloofsleer blijft bij dit alles vaak impliciet. Waarom draag je die kleren, waarom vast je? Gewoon, altijd al zo gedaan, ik voel me er goed bij. Vraagt iemand toch door, dan verschuilt een doorsnee gelovige zich graag achter een dominee, imam of een andere expert. Die zal het wel weten. We zijn niet gewend dat we verantwoording moeten afleggen. Dat is niet zo vreemd.

Een overheid die meegaat in het discours dat de religieuze identiteit de kern is van je persoonlijkheid, werkt geestelijke gettovorming in de hand en speelt extremisten in de kaart.

Tot voor vijftig jaar leefden ook wij monocultureel en monoreligieus. De ander was ver weg, en inpasbaar. Nu is het anders. Voortdurend wordt er gevraagd of iemand katholiek, protestant, moslim, ietsist of niets is. Je stamelt wat, er komt nog een halve zin catechismus uit, maar die woorden dekken je levensbeschouwing niet meer. Geloofstaal zet je op het verkeerde been. ‘Ja, ik geloof in een Schepper. Nee, niet letterlijk natuurlijk. En Jezus, goeie kerel, maar zoon van God? Ach, laat maar.’ Om van het gezeur af te zijn laten we ons religieus ophokken: oké, ik ben protestant of katholiek, terwijl de werkelijkheid genuanceerd en complex is, tegenstrijdig zelfs. Zou dat bij moslims anders zijn?

De religieuze drijfveer is verweven met de rest van de persoon en niet zo helder omlijnd als religieuze instituties het voorstellen. Daarom is het ook zo lastig om de religieuze component te bepalen bij terreur. Ja, het islamitisch discours is present: de westerse wereld als vijand – boko haram. Maar dat discours ontleent zijn kracht daar niet aan. Het ent zich op frustratie, agressie, een persoonlijkheidsstoornis of een combinatie ervan.

Eerst zijn er de menselijke driften, vervolgens worden die gekaapt door het religieuze discours en worden ze drijfveren voor terreur.

Voordat we ‘de religie’ betrekken bij terreurbestrijding, geven we ons van deze complexe stand van zaken beter rekenschap. Simpele remedies zijn naast de kwestie bij zo’n ingewikkelde kwaal. Denken dat de promotie van de ‘juiste islam’ veel effect zal hebben, is bijzonder naïef. Toch denken veel overheden in deze zin. Investeer in imams en welzijnswerk, klinkt het alom. Los van de paternalistische ondertoon, wringt dit met de grondwettelijke scheiding van kerk en staat. En: wie gaat de lesboekjes schrijven? Diyanet of Gülen? Om maar iets te noemen. Erger nog: deze verhevigde aandacht voor religie kan averechts uitpakken. Het onderliggende signaal is immers dat je tegen alle ‘cultuurmoslims’ zegt: cultiveer je religie, beken kleur, neem godsdienst serieus.

Wat we over het hoofd zien, is dat vooral de fundamentalisten hierbij gebaat zijn. Zij zullen de aandacht van de overheid voor religie instrumentaliseren. Hun verhaal is bovendien veel strakker en zal zoekers aanspreken. Die weken ze met hun discours vervolgens gemakkelijk los uit de omringende cultuur. De samenleving is in hun strategie eerst godloos, dan goddeloos en uiteindelijk godvijandig. Scheid je daarvan af, betogen ze. Verhoud je enkel nog met echte broeders en zusters. En we zijn vertrokken.

Tijd dus voor een religieuze downplay. Een overheid die meegaat in het discours dat de religieuze identiteit de kern is van je persoonlijkheid, werkt geestelijke gettovorming in de hand en speelt extremisten in de kaart.

 

Dankbrief aan de geestelijke leiders van het koninkrijk België

Het VRT journaal 20 april 2016 – 19u
(klik op de screenshot voor het item (duur 0.56)

Antwerpen, 22 april 2016

Geachte geestelijke leiders van dit land,

TV, woensdagavond, het journaal-laat. Onder het toeziend oog van bovenmeesters Michel en Geens zag ik jullie breed glimlachend elkaar de handen schudden en zelfs ‘broederlijk kussen’. Het leek wel de hemel op aarde. Het was dan ook niet niks wat jullie gepresteerd hebben. Jullie hebben immers – zo begreep ik – allemaal ingestemd met de ‘basisprincipes van onze samenleving’. Dat doet mij deugd. Temeer daar jullie enkele weken geleden ook al de theologische oer-vraag naar het wezen van God hadden opgelost door plechtig te verklaren dat ‘de enige juiste interpretatie en de essentie van elke religie of overtuiging liefde is.’  God is liefde, weten we dat ook weer. Top-theoloog trouwens, hè, die Bart Peeters. Die had dat al onweerlegbaar bewezen vanuit de bijbel en de koran! Dus: Mocht er in naam van God ooit nog een liefdeloos gebaar gesteld worden tegenover eender wie: we kunnen jullie er dan bij roepen en dan wordt die persoon onverbiddelijk als ketter gebrandmerkt en uit de betreffende religie gezet. En wat er in het verleden aan liefdeloosheid is gebeurd, zand erover, dat was een vergissing. Sorry.

Trouwens die ‘basisprincipes van onze samenleving’, die jullie zo plechtig hebben ondertekend, dat is ook geen kattenpis. Het gaat niet alleen om ‘de vrijheid van meningsuiting en de scheiding van kerk en staat’, maar ook – zo hoorde ik premier Michel toch zeggen: om ‘de vrijheid om te geloven en de vrijheid om niet te geloven’. Blij te horen. Een moslim hoeft dus niet meer bang te zijn als hij en publique wil zeggen dat hij er geen bal van gelooft en evangelisten zullen ons niet langer met aandrang vragen ons toch te bekeren.

Mar dat is nog niet alles: U engageert u ook om ‘de strijd tegen alle vormen van discriminatie’ aan te binden. Wauw. Over theologische moed gesproken. Geen gender-issues meer in alle religies! Dus: Kom maar op met de priesterwijding voor vrouwen, de vraag tot inzegening van het homohuwelijk, transgender-dominees: Piece of cake, nu jullie dit ondertekend hebben! En met geweld tegen vrouwen is het nu in één klap ook voor goed gedaan. Met één pennenstreek hebt jullie dat allemaal de wereld uitgeholpen. En u, dappere vertegenwoordiger van de vrijzinnigheid, u hebt dit allemaal ook durven ondertekenen. Chapeau ! 

Kortom: hoogweleerwaarde heren, uit de grond van mijn hart zeg ik u dank voor dit ene minuutje theologische moed. Het heeft mijn vertrouwen in de mens en in God weer helemaal hersteld.

Gelieve bij dezen dan ook de blijken van mijn allergrootste hoogachting te ontvangen,

Dick Wursten

Voor de liefhebbers: de theologisch analyse van bijbel & koran door Bart Peeters

“maar dat is niet de echte islam, hoor…”

Over ‘echte’ en ‘valse’ islam’ …

DE islam, HET christendom, wie bepaalt eigenlijk wat dat is? Is er eigenlijk wel een criterium om ‘echte islam’ van ‘valse islam’ te onderscheiden ? Oftewel: Hebben argumenten als “maar dat is niet de echte islam, hoor, want de echte islam is vrede…” wel enige zin in het debat over religie en geweld?

kort antwoord

langer antwoord


kort antwoord

Iedereen schijnt daar zomaar van uit te gaan als je de reacties op de terreur in Parijs leest. En voor u denkt dat de islam weer eens geviseerd wordt, u mag in plaats van ‘islam’ ook lezen: ‘christendom’ ‘wicca’, ‘vrijzinnig humanisme’ etc. Het antwoord in al deze gevallen is namelijk hetzelfde: Neen, dat onderscheid maken heeft geen zin. De reden is dat levensbeschouwingen constructies zijn, waarin door mensen gezag wordt toegekend aan bepaalde teksten, ervaringen en tradities. Binnen elke levensbeschouwing is er intern discussie over a. welke teksten, ervaringen en tradities in aanmerking komen en welke niet (of in welke rangorde) en b. hoe die teksten, ervaringen en tradities precies geïnterpreteerd moeten worden. Niemand kan uit deze hermeneutische cirkel stappen en degene die suggereert dat hij dat wel kan, houdt zichzelf voor de gek, of hij zich nu onderzoeker, wetenschapper, ayatollah of paus noemt.


lang antwoord

DE islam, HET christendom, wie bepaalt eigenlijk wat dat is? En:Is er een criterium om ‘echte islam’ van ‘valse islam’ te onderscheiden ? Iedereen schijnt daar zomaar van uit te gaan als je de reacties op de terreur in Parijs leest. Men gaat er van uit dat ‘de islam’ ergens gedefinieerd is, of zou kunnen worden en vervolgens onderscheiden worden van de visie die jihadisten c.s. daarop hebben. Het probleem is, dat niemand, maar dan ook echt niemand, in de positie is om dat te doen. Niemand kan zeggen wat wel ‘islam’ is en wat niet. En voor u denkt dat de islam weer eens geviseerd wordt, u mag in plaats van ‘islam’ ook lezen: ‘christendom’ ‘wicca’, ‘vrijzinnig humanisme’ etc. Het antwoord in al deze gevallen is namelijk hetzelfde. Geen enkele persoon of groep (ook niet de nominaal grootste) kan die definitie geven. De paus claimt bijv. wel dat hij kan zeggen wat ‘het christendom’ is, maar ik ben het bijv. niet met hem eens. Ik ben nl. een protestants christen en de paus komt in mijn versie van het christendom enkel aan de rand voor. En Jezus kan het zelf niet meer uitleggen, gesteld al dat hij een godsdienst had willen stichten (wat ik overigens niet denk, maar dit terzijde).

Het lijkt me niet onnuttig in het huidige debat over de plaats van godsdienst in onze samenleving hiervan rekenschap te geven. Anders blijven we langs de werkelijkheid heenpraten en krijgen we de vinger niet op de wonde. En dat is toch nodig wil er heling kunnen plaatsvinden. Levensbeschouwingen (of ze nu godsdienstig zijn of niet) zijn constructies, waarin door mensen gezag wordt toegekend aan bepaalde teksten, ervaringen en tradities. Binnen elke levensbeschouwing is er intern discussie over a. welke teksten, ervaringen en tradities in aanmerking komen en welke niet (of in welke rangorde) en b. hoe die teksten, ervaringen en tradities precies geïnterpreteerd moeten worden. Niemand kan uit deze hermeneutische cirkel stappen. Iedereen zal van mening zijn dat hij zelf de beste, de meest juiste, de zuiverste opvatting heeft, maar daarmee is dat nog niet zo. Luther en de paus raakten in deze valkuil verstrikt in de 16e eeuw betreffende de definitie van het christendom, zij verketterden elkaar over en weer, en even later was het oorlog. Je kunt dus ook niemand het recht ontzeggen te claimen dat hij of zij deze of gene godsdienst aanhangt. Je kunt enkel ernaar streven om het gesprek daarover op een zinvolle manier te organiseren, zoals we binnen het christendom door schade en schande hebben geleerd. Voorwaarde is echter dat alle deelnemers aan het gesprek het uitgangspunt accepteren: God mag dan wel eeuwig zijn of absoluut, onze interpretatie van wie Hij (of Zij of..) is, staat principieel open voor discussie.

Naar vandaag toe. Degene die suggereert dat hij of zij met beroep op de ‘echte islam’ helderheid kan scheppen op het terrein van de vele opvattingen die over de islam de ronde doen, houdt zichzelf voor de gek, of hij zich nu onderzoeker, wetenschapper, ayatollah, imam, Ahmed of Charlie noemt.

Het lijkt me dan veel zinvoller om er voortaan op te letten als we over godsdiensten of levensbeschouwingen spreken, dat we een verduidelijking toevoegen, in de zin van:  volgens mijn interpretatie van het christendom…, of zoals wij hier te lande de islam beleven… etc. Dan benader je levensbeschouwingen niet als quasi onveranderlijke instituten, maar als menselijke fenomenen (die al dan niet geïnstitutionaliseerd zijn met het oog op bepaalde functies). De aanpak van de manier waarop godsdienstige overtuigingen hun plaats dan kunnen krijgen in de maatschappij, kan vervolgens gediversifieerd worden en het debat erover zal aan nuance winnen.

15 januari 2015, Dick Wursten