Wil de ware islam nu opstaan..?

“Ik zoek een ijkpunt om te weten wat nu wel en niet islam mag heten”, zei Jan Leyers aan het eind van het gesprek, gisteravond (nine-eleven, 2017) op canvas. En daarmee legt hij de aporie bloot die al die discussies over de plaats van religie in de samenleving zo vermoeiend maakt. Dat ijkpunt is er namelijk niet, terwijl elke willekeurige groep mensen het recht heeft om het te claimen. Iedereen mag dus zeggen dat hij/zij ‘de ware islam’ verkondigt, en de anderen afschrijven als halflings, ketters, afvalligen, fundamentalisten, libertijnen, bedriegers, ongelovigen etc., en vice versa en tot in eeuwigheid, amen. Zolang deze aporie niet wordt gethematiseerd zal religie een ‘unruly thing’ blijven en zal het geweld dat inherent is aan zulke taal ook reële vormen blijven aannemen.

KORTE Toelichting: Religies zijn en blijven menselijke constructies , waarin door mensen gezag wordt toegekend aan bepaalde teksten, ervaringen en tradities. Binnen elke religie is er intern discussie over a. welke teksten, ervaringen en tradities in aanmerking komen en welke niet (of in welke rangorde) en b. hoe die teksten, ervaringen en tradities precies geïnterpreteerd moeten worden. Niemand kan uit deze hermeneutische cirkel stappen en degene die suggereert dat hij dat wel kan, houdt zichzelf voor de gek, of hij zich nu onderzoeker, wetenschapper, ayatollah of paus noemt.

LANGE toelichting (geschreven in de nasleep van Charlie Hebdo, jan. 2015 (toen religieuze leiders over elkaar heenvielen om te verklaren dat de jihadi’s ‘geen echte moslims’ waren), maar nog steeds relevant volgens mij)

DE islam, HET christendom, wie bepaalt eigenlijk wat dat is? En: is er een criterium om ‘echte islam’ van ‘valse islam’ te onderscheiden ? Iedereen schijnt daar zomaar van uit te gaan als je de reacties op de terreur in Parijs leest. Men veronderstelt blijkbaar dat ‘de islam’ ergens gedefinieerd is, of zou kunnen worden en vervolgens onderscheiden van de visie die jihadisten c.s. daarop hebben. Het probleem is echter dat niemand, maar dan ook echt niemand, in de positie is om dat te doen. Niemand kan zeggen wat wel ‘islam’ is en wat niet. En voor u denkt dat de islam weer eens geviseerd wordt, u mag in plaats van ‘islam’ ook lezen: ‘christendom’ ‘wicca’, ‘vrijzinnig humanisme’ etc. Het antwoord in al deze gevallen is namelijk hetzelfde. Geen enkele persoon of groep (ook niet de nominaal grootste) kan die definitie geven, hoewel bijna elke groep zèlf wel meent dat zij in die positie is. De paus claimt bijv. dat hij kan zeggen wat ‘het christendom’ is, maar ik ben het al niet met hem eens. Ik ben namelijk een christen van de protestantse familietak en de paus komt in mijn versie van het christendom enkel aan de rand voor (en daar nog eerder negatief dan positief). En Jezus kan het zelf niet meer uitleggen, gesteld al dat hij een godsdienst had willen stichten (wat ik overigens niet denk, maar dit terzijde).

Levensbeschouwingen (of ze nu godsdienstig zijn of niet) zijn constructies, waarin door mensen gezag wordt toegekend aan bepaalde teksten, ervaringen en tradities.

Het lijkt me niet onnuttig in het huidige debat over de plaats van godsdienst in onze samenleving ons hiervan rekenschap te geven. Anders blijven we langs de werkelijkheid heenpraten en krijgen we de vinger niet op de wonde. En dat is toch nodig wil er heling kunnen plaatsvinden. Levensbeschouwingen (of ze nu godsdienstig zijn of niet) zijn constructies, waarin door mensen gezag wordt toegekend aan bepaalde teksten, ervaringen en tradities. Binnen elke levensbeschouwing is er intern discussie over a. welke teksten, ervaringen en tradities in aanmerking komen en welke niet (of in welke rangorde) en b. hoe die teksten, ervaringen en tradities precies geïnterpreteerd moeten worden. Niemand kan uit deze hermeneutische cirkel stappen. Iedereen zal van mening zijn dat hij zelf de beste, de meest juiste, de zuiverste opvatting heeft, maar daarmee is dat nog niet zo. Luther en de paus raakten in deze valkuil verstrikt in de 16e eeuw betreffende de definitie van het christendom, zij verketterden elkaar over en weer, en even later was het oorlog. Je kunt ook niemand het recht ontzeggen te claimen dat hij of zij deze of gene godsdienst aanhangt. Je kunt enkel ernaar streven om het gesprek daarover op een zinvolle manier te organiseren, zoals we binnen het christendom door schade en schande hebben geleerd. Voorwaarde is echter dat alle deelnemers aan het gesprek het uitgangspunt accepteren (nl. dat hij ‘god niet in z’n broekzak heeft’): God mag dan wel eeuwig zijn of absoluut, onze interpretatie van wie Hij (of Zij of..) is, staat principieel open voor discussie.

Naar vandaag toe. Degene die suggereert dat hij of zij met beroep op de ‘echte islam’ helderheid kan scheppen op het terrein van de vele opvattingen die over de islam de ronde doen, houdt zichzelf voor de gek, of hij zich nu onderzoeker, wetenschapper, ayatollah, imam, Ahmed of Charlie noemt.

Het lijkt me dan veel zinvoller om er voortaan op te letten als we over godsdiensten of levensbeschouwingen spreken, dat we een verduidelijking toevoegen, in de zin van:  volgens mijn interpretatie van het christendom…, of zoals wij hier te lande de islam beleven… etc. Dan benader je levensbeschouwingen niet als quasi onveranderlijke instituten, maar als menselijke fenomenen (die al dan niet geïnstitutionaliseerd zijn met het oog op bepaalde functies). De aanpak van de manier waarop godsdienstige overtuigingen hun plaats dan kunnen krijgen in de maatschappij, kan vervolgens gediversifieerd worden en het debat erover zal aan nuance winnen.

15 januari 2015, Dick Wursten

P.S. Praktisch Syllogisme. Hebt u geen zin in thorastudie, evangelie-onderzoek of koranles, dan is hier een shortcut voor een realistische inschatting van de mensvisie van diverse godsdienstige groeperingen: Kijk naar het gedrag van degenen die in onze tijd te kennen geven dat zij tot een bepaalde godsdienst horen. Daar wordt dan eenvoudig zichtbaar of men erin geslaagd is de geweldsteksten onschadelijk te maken: Aan de vruchten kent men de boom !

Religie, godsdienst, godsdiensten: Hoe zit dat ?

Voor wie ouder is dan 50 weet dat op het terrein van de ‘dienst aan god’ de meervoudsvorm eigenlijk omstreden is. Niet bij godsdienstwetenschappers (buitenperspectief), maar van binnenuit, bijv. vanuit christelijk perspectief. Om voor mezelf te spreken: Toen ik jong was, bestond er maar één ware godsdienst (de onze natuurlijk) en wat er aan geloof, godsdienst en religiositeit buiten het christendom nog bestond, was een vorm van afgoderij (onware, valse godsdienst). Wij – protestanten – waren hierin zelfs heel strikt: Wij vonden ook de rooms-katholieke variant afgodisch (Zo stond het in onze catechismus). Via de optie van een ‘natuurlijke oer-religie’ konden wij wel bepaalde elementen in andere religies waarderen, maar  – als het erop aan kwam – in essentie alle andere godsdiensten, dwalingen, waarvan mensen moesten verlost worden door de verkondiging van het enige ware verhaal (‘bekeringsmodel’: conversio). Een ingewikkelde tussenpositie nam het Jodendom in, maar daarmee heeft het christendom dus ook nooit echt raad geweten.

  1. De opvatting dat er maar één godsdienst mogelijk is (namelijk de christelijke: de vera religio) en dat alle ander vormen van ‘godsdienst’ in meer of mindere mate afgoderij zijn (falsa religio)  heeft de kerkgeschiedenis gedomineerd, maar is historisch gezien niet de oudste. Eerst waren er vele godsdiensten naast elkaar, zoals er ook vele goden bestonden, die meestal territoriaal en nationaal waren (zo ook in het OT). Via de exclusieve verering van één God (mono-latrie) is de overgang gemaakt naar de negering van andere goden (zij zijn ‘nietsen’ = OT, dominant in NT) en tenslotte tot de opvatting dat er maar één God is. De ‘andere goden’ worden dan vaak anti-krachten en gerubriceerd bij de ‘duivel’ (die in de oudste teksten van de bijbel niet voorkomt). U ziet het: het menselijke verbeeldingsvermogen moet overuren draaien om de realiteit van de godenwereld voorstelbaar te maken.
  2. Binnen de Joodse godsdienst is er nooit een universele en bewuste erkenning (laat staan verering) van die ene God die zij vereerden vereist. Het Joodse volk had het voorrecht (en de last, de opdracht) om deze God bewust te vereren en zijn voorschriften te volgen. Andere volkeren mochten ‘op hun wijze zalig worden’ als ze zich maar wat humaan gedroegen. Pas bij de christelijke sprongvariatie van de Joodse godsdienst (= Paulus) verandert dat: de boodschap wordt universeel en opeens wordt de kwestie rond ware/valse godsdienst urgent. De evangelisatie/zending is geboren. De islam neemt dit element later over, en maakt er een erezaak van.
  3. De benadering van het religieuze vanuit de vraag: dient men de ware God of niet is zo bezien een gevolg van het succes van de christelijke, monotheïstische godsdienst die mythe, rite, ethiek en zingeving (voor het eerst ?) in één systeem samenbracht (A.D. Nock). Het werd een ‘alles of niets’ gebeuren.
  4. In de antieke wereld, zowel de Griekse als Romeinse, werd het domein van de religie bepaald door een de verering van een veelheid aan goden. Niet een uitgekristalliseerde theologie (‘leer, dogma’) kenmerkte de godsdienst, maar een geheel van mythen en riten. De universaliteit werd niet via een exclusieve totalitaire visie gegarandeerd, maar door een inclusieve plurale visie: in het pantheon was plaats voor alle goden, op voorwaarde dat ze tevreden waren met hun eigen verering (een probleem met sommige Egyptische goden en vooral met de Joodse godsdienst, en dan dus ook met het Christendom). De godsdienst speelde vooral een rol in het politieke, huiselijke en natuurlijke leven. Het kon functioneren als instrument in dienst van machthebbers ten opzichte van de onderdanen (civil religion zouden wij nu zeggen – de bijna exclusieve onderlijning hiervan in de Verlichting had natuurlijk anti-christendommelijke trekjes); maar ook als instrument in handen van de mens (individueel en in groep) tegenover datgene wat hem te boven ging in de natuurwerkelijkheid: Het domein van ethiek, zingeving werd niet zozeer door de religie bepaald, maar door de filosofie (ratio)? Dat verandert dus als het christendom die opeist, maar blijft als interne (verborgen) spanning in de theologie no eeuwenlang sluimeren.
  5. In de Oorsterse wereld ? Naast mystieke opvattingen over de aard van de werkelijkheid (mi-religieux, mi-philosophe) in het Hindoeïsme/Boeddhimse zijn er ook – zeker in China – zeer pragmatische bijna a-religieuze levensbeschouwingen te vinden (confucianisme bijv.)

A ‘classic’ op dit terrein: A.D. Nock, Conversion (1933). Zijn algemene idee (En hij was een zeer erudiet man): In de antieke wereld wordt de plaats (de rol) die het geloof (faith) bij ons speelt ingenomen door mythe and rituelen en heeft eerder te maken met een levenshouding dan met een overtuiging: ‘ They were efficient in/by themselves, not because they were ‘true’ (in a theological sense). Op p. 163 van zijn boek heeft hij het dan over de reservations towards the ‘new religion’ of Christendom die bij de meeste Romeine leefden:

Worship had no key to life’s meaning: that was offered by philosophy; but precisely because worship rested on emotion and not on conscious theory and thinking, it had deeper roots in their natures, and was not easily refuted by reason. Christianity is new in this sense that in it for the first time in history philosophy (the human search for truth and the meaning of life) coincided with the adherence to a specific religion with a strong doctrinal aspect. Now the meaning of life had to be found in religion (worship and beliefs, rite and myth) and was no longer a free human quest.

 

Nog een citaat: p. 267-269

In the light of this survey the advance of Christianity stands out as a phenomenon which does not stand alone but has parallels which makes its success not wholly incomprehensible. There were other forms of belief at the time which won adherents among men who were not called to them by anything in their antecedents. And yet these very analogies enable us to see the differences the more clearly. The other Oriental religions in Roman paganism… were neither Oriental nor religious in the same degree. They had not brought a compact body of doctrine or of accessible sacred literature from the Nearer East with them; in so far as they appealed to men who did not come from the lands of their origin it was in forms which were fully hellenized, at least fully hellenized in matters of fundamental thought and above all in their expectations of the hereafter. This is true in spite of the exotic appearance which they had and sometimes artificially adopted for purposes of effect.
Christianity avoided the exotic in externals and retained it in doctrine, in its doctrine of the last things and of the hereafter, in its sacred literature, available to all and sundry but not accommodated to classical style and classical thought, in its peculiar and unbending view of history.
The Oriental mystery religions were not Oriental in the same sense as Christianity. Neither were they religions in the same sense. Theology might be and was applied to them: beliefs and hopes and interpretations clustered around them, but they were fluid and the interpretations came from outside, from Greek speculation and from the earlier habits of the Greek mind in religious things. And, as we have seen, there was no body of faithful throughout the world, no holy Isiac (Isis) or Mithraic church, no Isiacs even, except as the members of a local association, with a devotion and belief which an Isiac from elsewhere could recognize.
Greek philosophy was applied to Christianity… but, as applied to Christianity, it was applied to what was already much more of an entity. In Christianity it was used for the interpretation of a body of doctrine widely held by men speaking Greek and Latin… it was capable of being made intelligible and it was removed from Judaea early enough to become part of the larger world.

Jedi-isme

Australische atheïsten willen van Jedi-geloof af

GETTY IMAGES/AFP

Vul niet langer voor de grap in dat je in de Jedi-religie gelooft. Dat is een oproep die een groep atheïsten doet aan Australiërs die volgende week de vijfjaarlijkse volkstelling in gaan vullen. Steeds meer mensen vullen in het vakje geloof namelijk het Jediïsme in. De ‘religie’, gebaseerd op Star Wars, zou bij de nieuwe enquête best weleens een boost kunnen krijgen nadat vorig jaar een nieuw deel van de filmserie uitkwam. “Het begon in 2001 als grap, maar het bleek enorm populair”, legt onze correspondent Robert Portier uit. Meer dan 70.000 Australiërs gaven toen aan te geloven in The Force. Zij deden dat als reactie op de vraag welke religie je aanhangt. “De groep vond het niet relevant om dat te vragen en dus vulden ze dit in, als grap.” Maar daar is de Atheist Foundation of Australia niet zo blij mee. Zij proberen nu te voorkomen dat dit jaar weer tienduizenden mensen Jedi invullen. Daardoor lijkt het alsof Australië heel religieus is, terwijl de Jedi-stemmers eigenlijk niet gelovig zijn, zeggen zij. “Als je niet wilt dat oude religieuze mannen in jurken je vertegenwoordigen, moet je je niet aanmerken als Jedi”, zegt de actiegroep.

Afbeelding weergeven op Twitter

Zoveel mensen vulden in 2011 in volkstellingen in Jedi te zijn:

  • Australie: 65.000
  • Canada: 9.000
  • Tsjechië: 15.070
  • Engeland en Wales: 176.632

Maar de mensen die het invullen, zijn geen atheïsten, zegt Peter Thunderbolt, ook wel Jedi Master Roar. “Ik geloof dat de meeste mensen die het invullen het serieus bedoelen. Na drie volkstellingen zijn er nog steeds meer dan 60.000 mensen die zeggen dat ze Jedi zijn. Ik kan me niet voorstellen dat zij er nog een grap van maken lang nadat de grap is geëindigd.” Maar maakt het wat uit, behalve de statistieken? De volkstelling is best belangrijk in Australië, zegt Robert. “Op basis daarvan worden bijvoorbeeld subsidies verstrekt. Als dus het boeddhisme toeneemt, terwijl er minder katholieken komen, kan besloten worden minder subsidie te geven aan katholieke scholen.” Daarom probeert Thunderbolt zijn religie ook officieel erkend te krijgen. Jedi valt in de statistieken nog altijd onder de categorie ‘overig’ en heeft geen eigen optie in de volkstelling. “De wet in Australië maakt het op dit moment onmogelijk een nieuwe religie te creëren, maar we doen er alles aan om het toch voor elkaar te krijgen. Bovendien denk ik dat zeker 70.000 mensen opnieuw Jedi zullen invullen.”

Een grap maken van Jedi is volgens Thunderbolt dan ook een enorme belediging. “Waarom zou mijn religie niet net zo serieus kunnen worden genomen als een toverende timmerman uit Nazareth?”

 

Pastafarisme


Mienke de Wilde (aan het woord in de NPO-reportage die inmiddels is verwijderd. Dus enkel een screenshot) is ‘gelovig lid van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster’. ‘Pastafarisme’ klinkt ernstiger vind ik, maar goed.

Dit is een levensovertuiging die sinds kort ook in Nederland formeel-administratief als kerkgenootschap is erkend. Sommige pastafarians, zoals de volgelingen heten, dragen een vergiet als hoofddeksel en willen dat niet afzetten. Ze willen ook met dit hoofddeksel op de pasfoto voor rijbewijs en paspoort. Want: “Als er voor joden een uitzondering wordt gemaakt en zij met keppel op de foto mogen, en moslims met hoofddoek op de foto mogen, waarom pastafarians dan niet met vergiet?” Dat hun opvatting ‘niet serieus’ zou zijn in tegenstelling tot de andere, vinden zij dan weer niet serieus. De religie is nog jong (2005), zeker, maar dat waren die anderen ooit ook. En wat de een ‘belachelijk’ vindt, vindt de ander juist ‘essentieel’. Wie kan hier oordelen, sterker: wie màg hier oordelen, als godsdienst en geloof echt vrij is.

Eén nadeel: het pastafarisme is ontstaan als een bewuste parodie op het christelijk fundamentalisme (Evangelicals in Kansas (USA) hadden het met beroep op de vrijheid van godsdienst voor elkaar gekregen, dat zij op school het creationisme konden onderwijzen. Dat vroeg om een reactie. Het werd een eye-opening parodie.) Dit is natuurlijk wel een zwak punt, als je serieus genomen wil worden als èchte gelovige, maar soit.

Tijdens een van de fases van het ‘Hoger Beroep’ ben ik door haar gevraagd om als getuige-deskundige op te treden en mijn mening te geven of Pastafari’s gelijkberechtigd zouden moeten worden met andere religieuze mensen betreffende kledingvoorschriften. Hieronder mijn schriftelijke getuigenis:

Edelachtbare heer, vrouwe,

Ik, D. Wursten, ben voor afschaffing van het aparte grondrecht voor de vrijheid van religie, omdat de begrippen ‘religie’ en ‘godsdienst’ uit de aard der zaak onbepaalbaar zijn en dus juridisch onhanteerbaar. Er zijn geen objectieve criteria zijn die kunnen bepalen wat wel of niet tot ‘religie’ behoort. Iedere uitspraak daarover is ook een inhoudelijke uitspraak over religie of godsdienst en bevat dus een waarde-oordeel.

Godsdienst is een menselijke activiteit en blijft dat, ook als men zelf gelooft dat God boven-menselijk is. Religieuze overtuigingen, inclusief de mijne, zijn menselijke meningen. En dat blijven ze, ookal geloven veel gelovigen zelf – natuurlijk  – dat ze meer zijn dan dat. Zij onderscheiden zich van andere menselijke meningen hierin dat ze een vorm van redelijkheid claimen die principieel niet te volgen is voor iemand die ‘buiten staat’. Enkel vanuit het binnenperspectief zijn theologische redeneringen logisch en consistent. Dit kenmerkt vooral die religies die zich op een of andere openbaring beroepen, die vastgelegd is in heilige boeken of verwoord door geïnspireerde personen.

Juist dat maakt de begrippen ‘religie’ en ‘godsdienst’ inhoudelijk ongrijpbaar, ondefinieerbaar. Elke invulling van het begrip zelf is immers al een stellingname.

Mijns inziens is een aparte bescherming van de burgers die er religieuze opvattingen op na houden ook niet nodig, omdat de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging, ook de uiting en vormgeving van religieuze opvattingen voldoende dekt.

Omdat de overheid op dit moment echter wel uitzonderingsregels hanteert voor gedrag of opvattingen van burgers die zich beroepen op het recht op godsdienstvrijheid, kan de overheid mijns inziens niet anders doen dan op dit punt een quasi totale interpretatieve terughoudendheid hanteren. Òf alle ‘religieuze’ uitingen vallen eronder, òf geen enkele. Alleen zo respecteert zij het recht op vrijheid van religie. Als de overheid echter stelt dat een bepaalde ‘religie’ niet voor religie kan doorgaan omdat ze bijv. ongeloofwaardig zou zijn, of niet oud genoeg, of niet ernstig genoeg, of niet consistent genoeg, of wat dan ook, dan neemt zij een inhoudelijk standpunt in en heeft ze haar interpretatieve terughoudendheid laten varen. Als immers de gelovige in kwestie blijft volhouden dat hij of zij vanwege zijn geloof niet anders kan dan zich zo gedragen, hoe absurd het de rechter ook voorkomt, dan kan de overheid niet anders dan deze verklaring aanvaarden, a.h.w. op erewoord.

Elk oordeel in dezen is een inhoudelijk oordeel, ook het oordeel dat iets niet als religie kwalificeert.

Tenslotte: Ik ben geen fan van het Pastafarisme, maar wanneer de overheid dan toch meent dat zij zich moet uitspreken over of een geloofsopvatting van een gelovige wel of niet te geloofwaardig is en hoe de daarmee samenhangende religieuze regels geïnterpreteerd moeten worden, dan vind ik dat vanwege het gelijkheidsbeginsel ook de mensen die op erewoord verklaren dat zij deze religie aanhangen, gelijk behandeld moeten worden met aanhangers van de meer courante religies (die ook ooit als exotisch en provocerend zijn weggezet). Als ze hier toch gaat onderscheiden, begeeft zij zich op glad ijs.

Beter nog ware het mijns inziens om hier helemaal geen oordeel meer te willen vellen, omdat het niet nodig is. Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging biedt immers voldoende bescherming voor eender welke groep mensen die iets anders wil zeggen, doen, of beleven.

Hoogachtend,

[HANDTEKENING]

Dr. D. Wursten

 

Behandel godsdienstige organisaties als gewone verenigingen

Het intrekken van de erkenning van de moskee in Beringen onthult op pijnlijke wijze de machteloosheid van de diverse overheden om iets te doen aan hate speech in een religieuze context, schrijft protestants predikant Dick Wursten: ‘Religieuze verenigingen moeten zich verantwoorden op het publieke forum.’

Minister Homans trekt erkenning moskee Beringen in. Het klinkt indrukwekkend, maar het is eigenlijk een loos gebaar. De erkenning waarvan sprake is namelijk geen inhoudelijke erkenning, laat staan een goedkeuring van wat er in die moskee verkondigd wordt. Het is een administratieve erkenning, die verleend wordt op grond van formele regels, en waaraan de subsidiëring van een ‘bedienaar’ een een ‘betoelaging’ van het materiële onderhoud is gekoppeld. Volgens onze grondwet mag de overheid zich immers helemaal niet bemoeien met de inhoud van wat er in een religieuze setting wordt verkondigd.

De voorwaarden voor erkenning van een moskee (of parochie, kerkgemeenschap, synagoge…) beperken zich dan ook tot de vraag of ze (1) aangesloten is bij een erkende eredienst en (2) dat de wijze van beheer (betreffende de materiële zaken, niet de inhoud) volgens de daartoe opgestelde wetgeving gebeurt. De meeste Vlamingen kennen deze bestuursvorm in de rooms-katholieke variant als de ‘kerkfabriek’. De erkenning van een lokale geloofsgemeenschap van welke erkende eredienst raakt dus niet aan inhoudelijke punten, laat staan aan wat er in de moskee/kerk/synagoge verkondigd wordt. [toevoeging: sinds een tiental jaren moeten nieuwe lokale geloofsgemeenschappen ook expliciet verklaren dat ze zich aan de grondwet zullen houden en zich engageren voor de maatschappij, zie hieronder voor de erkenningsvoorwaarden]. 

Binnen een gebedshuis op Vlaams grondgebied mag je de wereld dus gerust opdelen in wij en zij, gelovigen en ongelovigen. Sterker nog, een dergelijke opdeling is vaak essentieel bij de zelfdefinitie van religieuze instituten. Je mag ook oproepen tot verzet tegen een bepaalde politiek dichtbij of veraf (‘profetisch protest’ heet dat dan). Dat kan net zo goed gericht zijn tegen euthanasie of apartheid als tegen communisten of gülenisten. Dit is op zich ook niet strafbaar. Ook buiten de kerk/moskee/synagoge mag dat.

Er is echter één verschil. Daarbuiten is het gewoon een ‘mening’ en dan kun je ervan op aan dat er ook tegenspraak zal zijn. Dankzij de vrijheid van godsdienst echter kun je proberen je eigen religieuze instelling zo te organiseren dat tegenspraak als ‘ketterij’ wordt weggezet. De moderne variant van dat fenomeen herkent u aan formuleringen die beginnen met ‘Een échte christen is…’, of ‘Een échte moslim doet… ‘.

Het gevolg is dat het wij-zijdenken geïnstitutionaliseerd wordt in de organisatie zelf en dat er ook intern reële discriminatie, bijvoorbeeld van vrouwen of homo’s, en excommunicatie van anders- of ongelovigen plaatsvindt. Daar kan de overheid niets aan doen, tenzij de strafwet overtreden wordt. Er kan dus pas opgetreden worden na de feiten. De vrijheid van godsdienst garandeert immers het recht van religieuze organisaties om zich langs zulke scheidslijnen te organiseren.

Als minister Homans zulke fenomenen wil bestrijden, heeft ze dus eigenlijk geen middelen ter beschikking. Dat ze dan uit pure frustratie de erkenning van een moskee intrekt, daar kan ik wel begrip voor opbrengen, maar meer dan een symbolische actie is het niet en het zet ook weinig zoden aan de dijk.

Wat dan te doen? Mijns inziens is er maar één oplossing en dat is religieuze organisaties op dezelfde wijze behandelen als elke andere culturele of sociale vereniging. Dan kan er transparantie geëist worden over de doelstellingen die de vereniging heeft, de manier waarop ze naar de samenleving kijkt enzovoort.

Dan kun je ook de dingen bij naam noemen. Diyanet is gewoon een Turkse vereniging met sociaal, cultureel en religieus doel. De rooms-katholieke kerk is een centraal aangestuurd religieus instituut met hoofdzetel in het Vaticaan en talrijke vestigingsplaatsen wereldwijd. De protestantse kerk van België is een nationaal samenwerkingsverband van locale geloofsgemeenschappen. Men mag meningen verkondigen à volonté en samenkomen zo vaak men wil (vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vergadering), maar men is dan wel onderworpen aan dezelfde criteria die wij als samenleving stellen aan alle verenigingen die op ons grondgebied actief zijn.

Dan kan men niet langer vrouwen discrimineren en een beroep doen op de vrijheid van godsdienst om dat goed te praten. Ook komt men dan niet meer weg met: ‘Zo zien wij dat nu eenmaal binnen ons geloof en daar mag de overheid zich niet mee moeien’. Ook religieuze verenigingen zullen zich op het publieke forum moeten verantwoorden en accepteren dat hier waarden op het spel staan die niet onderhandelbaar zijn, niet omdat de overheid ideologische dwang wil uitoefenen, maar omdat wij met z’n allen als westerse samenleving nu eenmaal menen dat met deze waarden het samenleven zelf op het spel staat.

Zou dat de godsdienstvrijheid schaden? Ik denk het niet. Godsdienstvrijheid is geen claimrecht van een organisatie, maar een mensenrecht. Dat wil zeggen dat de vrijheid op godsdienst enkel garandeert dat ieder mens vrij is om wel of niet aan enige vorm van godsdienst te doen. De overheid heeft daarin geen taak. Die heeft werk genoeg om ‘haar ding’ te doen: het samenleven in goede banen leiden.

Dick Wursten

[ook verschenen op de (s)preekstoel van Knack]


De punten die een aanvraagdossier van een plaatselijke geloofsgemeenschap moet omvatten zijn:

  • de gebiedsomschrijving van de plaatselijke geloofsgemeenschap;
  • een financieel plan voor de eerstvolgende drie kalenderjaren met de opgave van de verwachte ontvangsten en uitgaven alsook de eventuele planning van de investeringen;
  • de inventaris van de plaatselijke geloofsgemeenschap;
  • de melding of er een door FOD Justitie bezoldigde bedienaar van de eredienst zal worden aangevraagd;
  • de schriftelijke verklaringen betreffende het taalgebruik in bestuurszaken, de inburgeringsplicht van de bedienaar, het weren van en geen medewerking verlenen aan individuen die handelen in strijd met de Grondwet en de rechten van de mens;
  • een toelichtende nota waaruit de maatschappelijke relevantie van de plaatselijke geloofsgemeenschap blijkt.

Dankbrief aan de geestelijke leiders van het koninkrijk België

Het VRT journaal 20 april 2016 – 19u
(klik op de screenshot voor het item (duur 0.56)

Antwerpen, 22 april 2016
Geachte geestelijke leiders van dit land,
TV, woensdagavond, het journaal-laat. Onder het toeziend oog van bovenmeesters Michel en Geens zag ik jullie breed glimlachend elkaar de handen schudden en zelfs ‘broederlijk kussen’. Het leek wel de hemel op aarde. Het was dan ook niet niks wat jullie gepresteerd hebben. Jullie hebben immers – zo begreep ik – allemaal ingestemd met de ‘basisprincipes van onze samenleving’. Dat doet mij deugd. Temeer daar jullie enkele weken geleden ook al de theologische oer-vraag naar het wezen van God hadden opgelost door plechtig te verklaren dat ‘de enige juiste interpretatie en de essentie van elke religie of overtuiging liefde is.’  God is liefde, weten we dat ook weer. Top-theoloog trouwens, hè, die Bart Peeters. Die had dat al onweerlegbaar bewezen vanuit de bijbel en de koran! Dus: Mocht er in naam van God ooit nog een liefdeloos gebaar gesteld worden tegenover eender wie: we kunnen jullie er dan bij roepen en dan wordt die persoon onverbiddelijk als ketter gebrandmerkt en uit de betreffende religie gezet. En wat er in het verleden aan liefdeloosheid is gebeurd, zand erover, dat was een vergissing. Sorry.
Trouwens die ‘basisprincipes van onze samenleving’, die jullie zo plechtig hebben ondertekend, dat is ook geen kattenpis. Het gaat niet alleen om ‘de vrijheid van meningsuiting en de scheiding van kerk en staat’, maar ook – zo hoorde ik premier Michel toch zeggen: om ‘de vrijheid om te geloven en de vrijheid om niet te geloven’. Blij te horen. Een moslim hoeft dus niet meer bang te zijn als hij en publique wil zeggen dat hij er geen bal van gelooft en evangelisten zullen ons niet langer met aandrang vragen ons toch te bekeren.
Mar dat is nog niet alles: U engageert u ook om ‘de strijd tegen alle vormen van discriminatie’ aan te binden. Wauw. Over theologische moed gesproken. Geen gender-issues meer in alle religies! Dus: Kom maar op met de priesterwijding voor vrouwen, de vraag tot inzegening van het homohuwelijk, transgender-dominees: Piece of cake, nu jullie dit ondertekend hebben! En met geweld tegen vrouwen is het nu in één klap ook voor goed gedaan. Met één pennenstreek hebt jullie dat allemaal de wereld uitgeholpen. En u, dappere vertegenwoordiger van de vrijzinnigheid, u hebt dit allemaal ook durven ondertekenen. Chapeau ! 
Kortom: hoogweleerwaarde heren, uit de grond van mijn hart zeg ik u dank voor dit ene minuutje theologische moed. Het heeft mijn vertrouwen in de mens en in God weer helemaal hersteld.
Gelieve bij dezen dan ook de blijken van mijn allergrootste hoogachting te ontvangen,
Dick Wursten

 

Voor de liefhebbers: de theologisch analyse van bijbel & koran door Bart Peeters