Why should the devil have all the good music (salafisten en muziek)

Why should the devil have all the good music? [Who said that?]

Toen ik de reportage bekeek over de bijeenkomst in Genk en de beide moslimsprekers bezig hoorde over ‘de boze wereld die je moest mijden’ en dat je dus niet naar ‘hun muziek’ mocht luisteren, had ik een heel sterk déjà-vu gevoel. Het deed me denken aan mijn eigen jeugd (jaren 1960-1970). Toen woedden er in het protestantse milieu waarin ik verkeerde hevige discussies over of je eigenlijk wel naar de Rolling Stones mocht luisteren en zelfs – retrospectief kun je je het haast niet meer voorstellen – of de Beatles er eigenlijk wel mee door konden. AC/DC was natuurlijk sowieso uit den boze. Letterlijk. Er er zelfs die ervan overtuigd waren dat de hele popmuziekscene een uitvinding van de duivel was. Zij hadden namelijk ontdekt dat als je bepaalde singles achterstevoren draaide je duivelse boodschappen zou horen (maar ja, wie doet dat nu, singles achterstevoren draaien? Ik wist niet eens hòe dat moest). Dat waren trouwens wel heel leerzame discussies, spannend ook, omdat iedereen daarover zo ongeveer wel z’n mening had (muziek is een belangrijk facet van je identiteit). Je begon na te denken over wat muziek nu eigenlijk met je deed, en waarom jij die muziek eigenlijk niet wilde missen. Een discussie met een lange kerkelijk traditie trouwens, die zo ongeveer begint bij Augustinus. Er waren er ook die probeerden om een hele eigen subcultuur uit de grond te stampen, die dan wel zuiver op de graat zou zijn. Van gospelmuziek tot discotheken zonder alcohol, waar niet werd gedanst. Ik ben er nooit geweest, want het sprak mij niet aan. Het was het èchte niet en wat de muziek betreft: ondermaats.

Abid Tounssi – rechts – biedt excuses aan voor zijn teksten.

Wat ik herken bij de jongelui uit de reportage die zo aandachtig luisterden naar de beide salafistisch geïnspireerde prekers, is het verlangen om ‘goed te leven’, of iets minder absoluut geformuleerd: hun leven te verbeteren. Dat lijkt me typisch voor adolescenten. Ze zijn op zoek op zoek naar rolmodellen. Dat zijn per definitie geen doorsneefiguren. Daarom dat vooral ook het persoonlijke verhaal van die ex-rapper zo aansloeg. Ook in kerkelijke middens laat men graag bekeerlingen aan het woord om de ‘jeugd van tegenwoordig’ aan te spreken. Hun verhalen zijn uit het leven gegrepen en er werd flink ingespeeld op de gevoelens van onzekerheid en falen, die toch al zo welig tieren bij jongeren. Overigens: Voor die ex-rapper ben ik oprecht blij dat hij tot het inzicht gekomen is, dat zijn kinderen beter af zijn in een ander soort wereld, dan die hij als rapper bezong en representeerde.

De ideale wereld waarvan zij nu dromen is de mijne echter niet, en dat baart mij zorgen. Maar ik kan het ze niet verbieden. Er is in ons land vrijheid van mening, vrijheid om die mening te uiten, en geen preventieve censuur (Belgische grondwet, artikel 19 en 25). In een open samenleving leg je niemand op voorhand het zwijgen op. De morele paniek die plots veel mensen beving, toen deze indoctrinatiecursus – want dat was het natuurlijk, laten we er geen doekjes om winden – in het nieuws kwam, is begrijpelijk, maar toch ook overdreven. Het salafisme is een variant van de islam, die de gezondheid van de samenleving ernstige schade kan toebrengen. Dat is duidelijk. Daarvoor moeten we de rode loper niet uitrollen, zoals Patrick Loobuyck in DE MORGEN terecht opmerkte. Ze tast de gewone maatschappelijke verbanden aan. Als je aan contact met ‘andersdenkenden’ de term ‘besmettingsgevaar’ koppelt, ben je bepaald niet met samenlevingsopbouw bezig. Segregatie en leven in parallelle werelden is het gevolg, wat op zijn beurt de weg bereidt voor de scouts van IS. Maar tegelijk moeten we de impact van dit soort bijeenkomsten nu ook weer niet overschatten. De reacties van de aanwezigen die de camera vastlegde, waren allemaal op z’n minst nog dubbel. Ook het feit dàt men zich liet filmen en interviewen is hoopgevend. Men is nog deel van de Open Samenleving. De emotionele manipulatie had gewerkt, zeker, ze waren geraakt, vooral de meisjes. Aan het denken gezet of ze wel goed bezig waren, en of het wel genoeg was wat ze deden, maar ze namen de boodschap van de predikers niet klakkeloos over. Als je goed naar hen luisterde, kon je horen dat ze deze bijeenkomst als een sterke levensbeschouwelijke ‘input’ hadden beleefd (en daar hadden ze blijkbaar behoefte aan, anders waren ze niet gekomen), maar allemaal zetten ze er meteen ook andere overwegingen naast, andere zaken, van praktische bezwaren tot loyaliteit aan andersdenkende vrienden Ze waren er duidelijk nog niet uit. Je zag de compromissen al komen. Mooi, zeg ik, ookal zullen zij het niet zo beleven. Zolang er twijfel is, wordt er nog gezocht en is er hoop. Identiteiten vormen zich langzaam. Dat is een groeiproces, met trial and error. Zo gaat dat, het is niet anders.

Wat ik deze jongelui toewens, is dat er in hun milieu ook andere stemmen klinken dan deze salafistische, en dat die stemmen hen ook bereiken en raken, zoals deze predikers dat konden. Stemmen die positief spreken over vriendschap, die de omgang met collega’s op het werk honoreren. Die stemmen zitten al in henzelf, maar die hebben bij zoekende jongemensen ook versterking nodig vanuit ‘rolmodellen’. De levensbeschouwelijke boodschap die hen moet bereiken is dat mensen geen heiligen hoeven te worden, voordat ze te tevreden mogen zijn met zichzelf. Dat is de gevaarlijke drogreden van het salafisme, en van veel andere sektarische groepen. Je faalt dan immers altijd. Dat maakt mensen niet alleen chronisch ongelukkig, maar ook vatbaar voor manipulatie. Dan kun je namelijk kapitaliseren op hun schuldgevoel. En als je ze dan ook losweekt uit de gewone leefwereld, wordt het eng. De levensbeschouwelijke input die deze jongelui nodig hebben, is dat mensen geen ‘heiligen’ of ‘zuiveren’ moeten worden, maar dat ze enkel ‘mens’ hoeven te zijn, meer niet. Dat ze zichzelf mogen accepteren, zoals ze zijn, en de andere mensen dus ook. Dat leidt tot een mede-menselijke omgang met elkaar, tot een gedeeld leven, een echte samen-leving. Die opdracht om zo mens te zijn (d.w.z. mens te worden) is genoeg voor een heel leven. Als de jongelui van de conferentie ook dit signaal krijgen, zullen ze gewapend zijn tegen het salafistisch simplisme. Dan zullen ze de volgende keer een prediker die zegt dat ze niet naar muziek mogen luisteren, van repliek dienen met de woorden van Larry Norman: Why should the devil have all the good music?, hun oortjes indoen, erop uitgaan, samen met hun vrienden, het leven tegemoet.

Het ‘Jan Leyers-effect’

De term “Jan Leyers-effect” komt uit de koker van prof. Patrick Stouthuysen (VUB) naar aanleiding van de reportagereeks van Jan Leyers ‘De weg naar mekka’, waar Jan Leyers door de focus van zijn vragen de islamitische marker naar voren laat komen. Het effect is dat die belangrijker wordt naarmate het gesprek vordert… 

Een buitenaards wezen over België

Stel: Een buitenaards wezen landt in België. Hij heeft vernomen dat België een christelijk land en wil nu wel eens weten of dat klopt. Hij geeft z’n ogen goed de kost en legt zijn oor her en der te luister. Resultaat: Hij ziet een enorme hoeveelheid kerken, allerlei organisaties met een C in hun naam staan en hij maakt nog net mee, dat de regeringsformatie mislukt omdat de christen-democratische presidentskandidaat, die ruim 800.000 stemmen haalde er niet in slaagde een regering te vormen. Vervolgens gaat hij filmen bij zo’n kerk tijdens een huwelijksplechtigheid, interviewt het koppel, dat hem desgevraagd meedeelt dat het toch eigenlijk niet echt is als je niet voor de kerk trouwt. Als hij doorvraagt, wordt hij naar de pastoor verwezen, die hem het heilig sacrament van het huwelijk uitlegt etc.. Een snelle oriëntatie op protestantisme en andere godsdiensten doet hem tot de conclusie komen dat dat toch eigenlijk importgodsdiensten zijn, ook omdat veel voorgangers of leiders van allochtone, m.n. Nederlandse, komaf zijn. Hij keert terug naar zijn planeet en presenteert zijn bevindingen: België is een katholiek, christelijk land.

Geproblematiseerd

Als je de ander benadert als moslim (in plaats van als een mens, die – bij nadere kennismaking – zelf wel zal laten merken of en hoe z’n moslim-zijn van belang is), zal hij zichzelf ook steeds meer als moslim definiëren èn wel volgens de lijnen die jij in je benadering impliciet hebt uitgetekend. In een klimaat waarin de aanwezigheid van moslims steeds weer geproblematiseerd wordt, kan zo’n vraagstelling – onbedoeld misschien – op de gesprekspartner bedreigend overkomen. En zoals ieder mens gaat hij zich verdedigen, als hij zich aangevallen voelt. En juist omdat wij hem expliciet interpelleren op de religieuze component van zijn leven, zal hij in zijn reactie ook die religieuze component sterk naar voren halen èn verdedigen. Zo kun je gevangen worden door een formulering van een vraag. Niet iedereen is zo handig als Socrates of Jezus, dat hij met een tegenvraag meteen de zaak op een ander plan weet te brengen.

Vastgepind

In het boek van Motief is op p. 63 het volgende verhaal te lezen:

Een Marokkaanse jongen meldt zich aan voor een intake gesprek (het gaat om een afkick-centrum). Bijna meteen zegt de maatschappelijk assistent: “wij hebben halal voedsel, hoor, en er zijn ook momenten voorzien waarop je kan bidden”. Dat is ongetwijfeld goed bedoeld, maar zo wordt die jongeman meteen vastgepind op z’n moslim-zijn, terwijl hij zich misschien wel moslim voelde, maar nooit z’n gebeden deed (dat kan namelijk best).

Wie deze observatie uit het onderzoek van Motief legt naast twee artikelen uit het tweede deel van het boek (reflectie op het onderzoek), beseft dat hier meer op het spel staat dan een discussie over woorden alleen. De Brusselse politicoloog Patrick Stouthuysen noemde dit op het colloquium het “Jan Leyers effect” en hij bedoelde daarmee, dat mensen het onderwerp ‘godsdienst” –  als er expliciet naar gevraagd wordt – meer gewicht gaan geven dan het voor hen had voordat er naar gevraagd werd, waardoor de beleving van de godsdienst (i.c. Islam) langzaam verhuist van de culturele naar de persoonlijke identiteit.

Essentialisering

Meryem Kanmaz (politicologe) noemt dat een reductionistische tendens: De allochtoon wordt herleid tot zijn moslim-zijn. En dit moslim-zijn wordt daarbij ook nog eens herleid tot zijn expliciet religieuze component. In haar artikel (gebaseerd op sociologisch onderzoek in Gent) stelt zij dat dit effectief leidt tot een essentialisering bij de moslims zelf: zij gaan zich van de weeromstuit veel islamitischer gedragen. Zij spiegelen in hun antwoorden (en gedrag) het verwachtingspatroon van de omgeving. De westerse Islam, die van deze essentialisering en bewustwording het gevolg zal zijn, zal volgens mw. Kanmaz niet niet per se opener of vrijer zijn dan de niet-Westerse. Zo zien wij in protestantse kringen heel nadrukkelijk dat modernisering van het geloof bepaald niet automatisch leidt tot een progressievere variant. Ik ben soms zelfs geneigd te zeggen: integendeel. Wie zijn het “modernst” in organisatie, mediagebruik, muziek en propaganda? De evangelicals, de fundamentalisten, de integristen. Die groepen zijn immers zo overtuigd van hun eigen waarheid, dat ze anderen aan zich gelijk willen maken (voor hun bestwil, dat spreekt voor zich). Dat geldt voor het christendom (ik heb nu de protestanten als voorbeeld genomen, maar ik vermoed dat het zelfde ook geldt voor bewegingen in de rooms-katholieke sectie van het christendom) maar zeker ook voor de Islam. Surft u maar eens een poosje over het internet langs islamitische en christelijke sites en u weet wat ik bedoel.

Demonen

Degene die hier expliciet voor waarschuwde, is de Brusselse socioloog Patrick Stouthuysen in zijn pleidooi voor “Levensbeschouwelijke terughoudendheid”. Naast het reeds genoemde “Jan Leyers effect” wijst hij er vooral op, dat je door de religie en levensbeschouwing actief in het publieke domein toe te laten, het risico loopt demonen te ontbinden die je daarna niet meer kunt beheersen. Het klinkt wel sympathiek om het inter-religieuze gesprek te promoten, maar dat is nog wat anders dan het echt gaan voeren. Dan komen tegenstellingen boven die het gesprek vervolgens gaan sturen in de richting van een conflict. Juist door het openlijke gesprek (discussie, debat) te zoeken, kon de voortgang van de vriendelijke, maar wat afstandelijke communicatie, wel eens gehypothekeerd worden. De meest scribenten en ondervraagde organisaties hebben daar schrik voor, maar zijn van mening dat er gewoon geen alternatief is: Met de komst van de Islam naar het Westen, heeft de godsdienst zich gewoon weer gemeld op het “middenveld” en zullen we er mee moeten leren omgaan. En beter in het openbaar elkaar bevragend en van mening verschillend, dan broeiend en broedend in besloten groepen. Stouthuysen vreest echter dat het middenveld of de openbare ruimte zo uit handen gegeven wordt aan degene die het hardst roept. Als goeie vrijzinnige kon hij het niet nalaten een vergelijking te maken: Hebben we eindelijk de publieke ruimte een beetje vrijgemaakt van de christelijke dominantie, en nu geven we ’m zomaar uit handen aan de moslims. Neen: Dan liever wat levensbeschouwelijke terughoudendheid a.u.b.

Dick Wursten

Meer godsdienstfilosofische (en sociologische) duiding vindt u bijv. in het laatste hoofdstuk van mijn online boek over religie, dat handelt over de imperialistische tendens die het het gebruik van de religieuze identiteitsmarker kenmerkt. Ik noem het daar een gulzige identifyer

 

Wil de ware islam nu opstaan..?

“Ik zoek een ijkpunt om te weten wat nu wel en niet islam mag heten”, zei Jan Leyers aan het eind van het gesprek, gisteravond (nine-eleven, 2017) op canvas. En daarmee legt hij de aporie bloot die al die discussies over de plaats van religie in de samenleving zo vermoeiend maakt. Dat ijkpunt is er namelijk niet, terwijl elke willekeurige groep mensen het recht heeft om het te claimen. Iedereen mag dus zeggen dat hij/zij ‘de ware islam’ verkondigt, en de anderen afschrijven als halflings, ketters, afvalligen, fundamentalisten, libertijnen, bedriegers, ongelovigen etc., en vice versa en tot in eeuwigheid, amen. Zolang deze aporie niet wordt gethematiseerd zal religie een ‘unruly thing’ blijven en zal het geweld dat inherent is aan zulke taal ook reële vormen blijven aannemen.

KORTE Toelichting: Religies zijn en blijven menselijke constructies , waarin door mensen gezag wordt toegekend aan bepaalde teksten, ervaringen en tradities. Binnen elke religie is er intern discussie over a. welke teksten, ervaringen en tradities in aanmerking komen en welke niet (of in welke rangorde) en b. hoe die teksten, ervaringen en tradities precies geïnterpreteerd moeten worden. Niemand kan uit deze hermeneutische cirkel stappen en degene die suggereert dat hij dat wel kan, houdt zichzelf voor de gek, of hij zich nu onderzoeker, wetenschapper, ayatollah of paus noemt.

LANGE toelichting (geschreven in de nasleep van Charlie Hebdo, jan. 2015 (toen religieuze leiders over elkaar heenvielen om te verklaren dat de jihadi’s ‘geen echte moslims’ waren), maar nog steeds relevant volgens mij)

DE islam, HET christendom, wie bepaalt eigenlijk wat dat is? En: is er een criterium om ‘echte islam’ van ‘valse islam’ te onderscheiden ? Iedereen schijnt daar zomaar van uit te gaan als je de reacties op de terreur in Parijs leest. Men veronderstelt blijkbaar dat ‘de islam’ ergens gedefinieerd is, of zou kunnen worden en vervolgens onderscheiden van de visie die jihadisten c.s. daarop hebben. Het probleem is echter dat niemand, maar dan ook echt niemand, in de positie is om dat te doen. Niemand kan zeggen wat wel ‘islam’ is en wat niet. En voor u denkt dat de islam weer eens geviseerd wordt, u mag in plaats van ‘islam’ ook lezen: ‘christendom’ ‘wicca’, ‘vrijzinnig humanisme’ etc. Het antwoord in al deze gevallen is namelijk hetzelfde. Geen enkele persoon of groep (ook niet de nominaal grootste) kan die definitie geven, hoewel bijna elke groep zèlf wel meent dat zij in die positie is. De paus claimt bijv. dat hij kan zeggen wat ‘het christendom’ is, maar ik ben het al niet met hem eens. Ik ben namelijk een christen van de protestantse familietak en de paus komt in mijn versie van het christendom enkel aan de rand voor (en daar nog eerder negatief dan positief). En Jezus kan het zelf niet meer uitleggen, gesteld al dat hij een godsdienst had willen stichten (wat ik overigens niet denk, maar dit terzijde).

Levensbeschouwingen (of ze nu godsdienstig zijn of niet) zijn constructies, waarin door mensen gezag wordt toegekend aan bepaalde teksten, ervaringen en tradities.

Het lijkt me niet onnuttig in het huidige debat over de plaats van godsdienst in onze samenleving ons hiervan rekenschap te geven. Anders blijven we langs de werkelijkheid heenpraten en krijgen we de vinger niet op de wonde. En dat is toch nodig wil er heling kunnen plaatsvinden. Levensbeschouwingen (of ze nu godsdienstig zijn of niet) zijn constructies, waarin door mensen gezag wordt toegekend aan bepaalde teksten, ervaringen en tradities. Binnen elke levensbeschouwing is er intern discussie over a. welke teksten, ervaringen en tradities in aanmerking komen en welke niet (of in welke rangorde) en b. hoe die teksten, ervaringen en tradities precies geïnterpreteerd moeten worden. Niemand kan uit deze hermeneutische cirkel stappen. Iedereen zal van mening zijn dat hij zelf de beste, de meest juiste, de zuiverste opvatting heeft, maar daarmee is dat nog niet zo. Luther en de paus raakten in deze valkuil verstrikt in de 16e eeuw betreffende de definitie van het christendom, zij verketterden elkaar over en weer, en even later was het oorlog. Je kunt ook niemand het recht ontzeggen te claimen dat hij of zij deze of gene godsdienst aanhangt. Je kunt enkel ernaar streven om het gesprek daarover op een zinvolle manier te organiseren, zoals we binnen het christendom door schade en schande hebben geleerd. Voorwaarde is echter dat alle deelnemers aan het gesprek het uitgangspunt accepteren (nl. dat hij ‘god niet in z’n broekzak heeft’): God mag dan wel eeuwig zijn of absoluut, onze interpretatie van wie Hij (of Zij of..) is, staat principieel open voor discussie.

Naar vandaag toe. Degene die suggereert dat hij of zij met beroep op de ‘echte islam’ helderheid kan scheppen op het terrein van de vele opvattingen die over de islam de ronde doen, houdt zichzelf voor de gek, of hij zich nu onderzoeker, wetenschapper, ayatollah, imam, Ahmed of Charlie noemt.

Het lijkt me dan veel zinvoller om er voortaan op te letten als we over godsdiensten of levensbeschouwingen spreken, dat we een verduidelijking toevoegen, in de zin van:  volgens mijn interpretatie van het christendom…, of zoals wij hier te lande de islam beleven… etc. Dan benader je levensbeschouwingen niet als quasi onveranderlijke instituten, maar als menselijke fenomenen (die al dan niet geïnstitutionaliseerd zijn met het oog op bepaalde functies). De aanpak van de manier waarop godsdienstige overtuigingen hun plaats dan kunnen krijgen in de maatschappij, kan vervolgens gediversifieerd worden en het debat erover zal aan nuance winnen.

15 januari 2015, Dick Wursten

P.S. Praktisch Syllogisme. Hebt u geen zin in thorastudie, evangelie-onderzoek of koranles, dan is hier een shortcut voor een realistische inschatting van de mensvisie van diverse godsdienstige groeperingen: Kijk naar het gedrag van degenen die in onze tijd te kennen geven dat zij tot een bepaalde godsdienst horen. Daar wordt dan eenvoudig zichtbaar of men erin geslaagd is de geweldsteksten onschadelijk te maken: Aan de vruchten kent men de boom !

Bescherm kinderen ook tegen geestelijk geweld

Knack (10 mei 2017) bindt de kat de bel aan. Veel islamonderwijs jaagt kinderen (en jongeren en volwassenen!) angst aan door te dreigen met de hel en andere nare zaken. Vrijheid van godsdienst? Nou dat weet ik zo net nog niet. Mijns inziens is er geen enkele reden dat de school (overheid) niet zou ingrijpen als ze dit signaleert. Ik denk dat ze de morele plicht heeft. Het kind staat centraal op school, niet een vak of een curriculum. De overheid hoeft volgens mij ook niet te wachten tot de erkende instanties hun zaakjes op orde hebben. Ik verwijs naar de rechten van het kind (artikel 19)

Bescherm kinderen ook tegen geestelijk geweld

Dat sommige ouders hun kinderen opvoeden met angst voor de hel, daar zullen we weinig aan kunnen doen, hoezeer ik het ook betreur. En dat heeft niets met godsdienstvrijheid te maken. Ouders hebben nu eenmaal het recht hun kinderen thuis op te voeden zoals ze willen. Ook dat staat in de vaak geprezen verklaring van de Rechten van de Mens (EVRM artikel 8: recht op privacy en niet-inmenging in het familiale leven; het laatste is in de pre-ambule zelfs nog eens expliciet naar voren gehaald). Dat in veel moskeeën en kerken (laten we niet doen alsof het enkel in de islam voorkomt) wordt verkondigd dat er een laatste oordeel is en dat God het kwaad met wortel en tak zal uitroeien, ook daaraan zullen we weinig kunnen doen. Mensen staat het vrij om te geloven wat ze willen en om die mening te verspreiden, met en zonder een apart recht op godsdienstvrijheid. De scheiding van kerk en staat betekent ook dat de overheid zich niet met de opvattingen van mensen bemoeit, tenzij de openbare veiligheid of een ander mensenrecht in gevaar komt.

Mensenrechten gelden ook voor het kind

In die laatste toevoeging zie ik een opening om hier toch iets aan te doen. Ook kinderen hebben immers mensenrechten. Zo kun je je in dit geval bijvoorbeeld afvragen: Hebben kinderen geen recht op vrijheid van godsdienst in de eerste betekenis van dit mensenrecht, nl. dat ze vrij moeten kunnen zijn van religieuze dwang. Dat kan je in de thuissituatie niet bewerkstelligen, en ook niet in de religieuze vereniging (kerk, moskee). Maar daarbuiten dan toch zeker wel, of op z’n minst tegenwicht bieden tegen indoctrinatie. Zeker op de scholen die de overheid zelf inricht. Daar geldt het pedagogisch project van de school, ook in de lessen levensbeschouwing. Verder is er ook het kinderrechtenverdrag van de VN (1989). Artikel 19 spreekt over de bescherming van de kinderen tegen mishandeling en verwaarlozing. En in dit artikel wordt expliciet gezegd dat ieder kind recht heeft op bescherming ‘tegen alle vormen van lichamelijk of geestelijk geweld’. Is het aanjagen van angst met God als almachtige boeman, geen vorm van geestelijk geweld? En kom niet af met een vergelijking met Sinterklaas. Wie dat doet heeft van religie niets begrepen. Welnu, de Belgische staat heeft dit verdrag ondertekend en heeft dus beloofd dat ze ‘alle passende wettelijke en bestuurlijke maatregelen op sociaal en opvoedkundig gebied’ zal nemen om het kind tegen deze vorm van geweld te beschermen.

Waar wachten we nog op !?

Dick Wursten

[Ook gepubliceerd als opiniestuk in De Morgen]