De boerkini ziet eruit als een badpak, maar is het niet.

De boerkini is een symbool

symbool 1. een teken dat een bepaald idee, concept of object representeert. vb. duif = vrede.

De boerkini is een badpak met symbolisch karakter. Dat heeft niets met de zwemfunctie te maken, maar alles met het achterliggende idee/concept dat het representeert, letterlijk: present stelt. In dit geval een mensvisie, m.n. dat mannen seksuele roofdieren zijn en dat niet de man daaraan iets moeten doen (zich leren beheersen bijv.), maar dat het aan de vrouw is om zich daarom uit het openbare leven terug te trekken. Als zij dan toch daaraan wil participeren dan moet dat dat met veel omzichtigheid gebeuren. En als het misgaat, dan is het haar schuld. Daar gaat het in de maatschappelijk discussie over – of daarover zou het moeten gaan. In die zin is ‘de boerkini’ een terecht een symbool-dossier. Het gaat erom dat de dracht van dat badpak verkondigt dat de omgang tussen mannen en vrouwen dient georganiseerd te worden op grond van basic distrust en dat de vrouwen de last die dat oplevert moeten dragen. Ik vind dat geen fijn bericht.

toevoeging: Non-Boerkini

De courante vergelijking met nonnetjes die ‘gesluierd’ zijn en ook geen gewoon zwempak aantrekken, is bijzonder interessant. Ze relativeert de discussie echter niet, maar zet die op scherp. Nonnen dragen immers geen ‘gewone’ kleren maar volgen echt een religieuze dresscode. Zij hebben zich namelijk van de wereld afgekeerd en leven enkel nog voor God (zij zijn ‘bruiden van Christus’). Nikab-draagster heb ik hetzelfde horen zeggen (ik draag deze kleding ‘voor Allah’. Hoe hij mij ziet is voor mij het allerbelangrijkst). Nonnen zijn daarom ingetreden in een klooster (van ‘claustrum’: afgesloten plek). Daarbinnen kun je echt vroom en veilig leven. Daarbuiten (in de seculiere wereld dus, letterlijk: het saeculum) loert het kwaad om de hoek, heerst de vorst der duisternis. Als ze de veilige plek dan toch verlaten, moet hun kleding hen beschermen tegen die gevaren. Ze moeten ook zo weinig mogelijk echt contact leggen, want voor je het weet…

Dit dualisme geldt in de islam ook, maar dan voor alle vrouwen… Zij moeten kloosterlijk leven, zonder klooster. En onderwijl mogen – vreemde paradox – de mannen gewoon hun gang gaan. Zij zijn ook altijd seculier gekleed.

Habijt en boerkini/hoofddoek/nikab hebben dus inderdaad een soortgelijke boodschap: ‘Wereld daarbuiten, ik wijs u af… ‘. Een moslimvrouw-volgens-deze-opvatting-die-vrij-gangbaar-is (maar volgens mij is ieder mens vrij om z’n religie ook anders te definiëren... zie deze pagina, en deze) woont de facto dus in een klooster’ (=huis/familie) en wordt geacht de buitenwereld (en m.n. de mannen) te mijden. Problematisch lijkt me als je een seculiere samenleving wilt die de naam samen-leving waardig is en waar de non-discriminatie op grond van sexe in de grondwet is ingeschreven.

 

Hoofddoek, vergiet en nikab

Religieuze gedragsvoorschriften verplichten de samenleving niet

De rechter heeft gelijk: aan religieuze klederdracht mogen best beperkingen worden gesteld.

Het dragen van bepaalde soorten kleding wordt al te gemakkelijk opgehangen aan de vrijheid om je godsdienst te beleven. We zijn in dit land gelukkig sowieso vrij om ons in het openbaar te kleden zoals we willen. Er ligt alleen een grens bij (geen) kleding die ernstige aanstoot geeft voor de eerbaarheid, uniformen waartoe je niet gerechtigd bent (politie, bijvoorbeeld) en maskers die herkenbaarheid onmogelijk maken (behalve op carnaval). Kleding waarvan de dragers zeggen dat ze die moeten dragen vanwege hun overtuiging, is dus meestal vrij. Maar genoemde grenzen gelden ook voor religieuze klederdracht.

Het is van belang dat een politieagent een geheel onpartijdige indruk maakt

De recente uitspraak van de rechter (de Centrale Raad van Beroep) in de zaak van een nikab-draagster tegen de gemeente Utrecht is daarom belangrijk. Mag de gemeente eisen dat een bijstandsgerechtigde voor het meemaken van een werktraining haar nikab, haar gezichtsbedekkende sluier, aflegt en volstaat met een hoofddoek? Ja, zegt de rechter, de nikab is een wezenlijke belemmering voor de arbeidsparticipatie. Een beroep op godsdienstvrijheid geldt in dit verband dus niet. Bij bepaalde functies geldt dat ook. Het is van belang is dat een politieagent, of een rechter, of soms een ambtenaar, een geheel onpartijdige indruk maakt. Het dragen van kenmerken bij je uniform of toga waarmee je uitkomt voor een overtuiging (religieus, politiek of anderszins) is dan ongewenst.

Godsdienstvrijheid is vooral de vrijheid om er een overtuiging op na te houden

Leuk idee van de politie in Amsterdam om agenten die moslima zijn in het belang van de verscheidenheid een hoofddoek te laten dragen, maar ik begrijp de beslissing van de korpsleiding die zegt dat het niet kan. Heeft kleding met godsdienstvrijheid te maken? Dat is slechts in mindere mate het geval. Godsdienstvrijheid is eerst en vooral de vrijheid om er een overtuiging op na te houden. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar in de tijden van de inquisitie, en nu nog in sommige orthodox godsdienstige landen, wordt geëist dat je je ook innerlijk aanpast aan de leer. Godsdienstvrijheid in onze dagen is echter vooral het recht om je geloof openlijk te belijden, genootschappen te vormen en de overtuiging samen te vieren, met name in kerkgebouwen en moskeeën. Dat deel valt overigens in belangrijke mate samen met twee andere grondrechten: de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging en vergadering.

De samenleving bepaalt geheel zelf hoe ver zij daarin wil gaan

Hier is een derde aspect aan de orde: in het geval dat een godsdienst voorschriften kent voor gedrag in het dagelijks leven. Bij christelijke overtuigingen staat het geloof centraal, de gedragsvoorschriften (vasten, zondagsrust, en zo) zijn van minder belang. Andere godsdiensten leggen een grotere nadruk op het gedrag (sabbatheiliging, vrouwenkleding, toelaatbaar voedsel). Maar het blijft ook daar uiteindelijk ondergeschikt aan de overtuiging die beschermd wordt. Vandaar dat volgers van dergelijke godsdiensten zich vaak binnen een andere samenleving toch kunnen handhaven, zeker als die andere samenleving op enige punten met hen rekening houdt (toestaan van koosjer en halal slachten bijvoorbeeld). Maar die samenleving bepaalt geheel zelf, op grond van het geldende recht en van de openbare orde, hoe ver zij daarin wil gaan. Eist de godsdienst mensenoffers, dan is het – een extreem voorbeeld, toegegeven – vanzelfsprekend dat dit niet wordt toegestaan. Kledingvoorschriften zijn geen probleem (nonnen en paters waren vroeger op straat ook opvallende verschijningen). Maar een non zou het toen niet in haar hoofd hebben gehaald om te eisen dat zij als onderwijzeres op een openbare school in vol ornaat les zou mogen geven. Op dat niveau zit ook de kwestie van het dragen van allesomhullende kleding. In een open samenleving als de onze is dat best, mits het gezicht herkenbaar is. Dat is niet zo bij de nikab. De nikab is trouwens meer een cultureel-etnische traditie dan iets dat met de kern van een godsdienst te maken heeft.* De overheid mag daaraan dan ook, zo nodig, beperkingen stellen, zonder de godsdienstvrijheid aan te tasten. De rechter heeft hier wijs geoordeeld.

Erik Jurgens

* [ingezonden brief 2 juni 2017:]