checklist sekten (bis)

Vragenlijst voor leden van besloten religieuze, communautaire, ideologische, identitaire of therapeutische groeperingen.

  1. Is er vrije communicatie tussen leden en niet leden?
  2. Keurt de groepering blijvend contact met familie en vrienden, die geen lid zijn, goed ?
  3. Is het mogelijk grapjes te maken of kritiek te uiten op de groep en haar leider/leiding?
  4. Is het mogelijk binnen de groep op details een afwijkende mening te hebben en kenbaar te maken?
  5. Wordt een ander inzicht vanuit de leiding/door de leider bespreekbaar gemaakt in de groep?
  6. Zijn er vriendschappelijke contacten met andere groeperingen?
  7. Is er een relatie met de fysieke buren (van de ruimte van samenkomst) van de groepering?
  8. Is het de leden toegestaan boeken/artikelen of sites te lezen met een boodschap die ingaat tegen die van de groepering?
  9. Is de groepering actief in belangeloze maatschappelijke activiteiten?
  10. Blijven huwelijken/relaties tussen partners met een verschillende visie in tact?
  11. Verkondigt de groepering dat contacten met buitenstaanders geen probleem opleveren?
  12. Moet voor een bezoek buiten de groepering toestemming worden gevraagd aan de leiding?
  13. Bemoeit de leider/leiding zich met persoonlijke aangelegenheden (zoals: geldbesteding, besteding vrije tijd, opvoeding, intieme omgang tussen de partners.)
  14. Gebruikt de groepering pressie om aan geld te komen van haar leden?
  15. Staat op wat er onder 1-4 genoemd wordt een sanctie (verminderde waardering, intrekking van bevoegdheden, zelfs (gedeeltelijke) uitsluiting)?
  16. Wordt er gedreigd met of gebruik gemaakt van geweld en/of pressie om de leden in een bepaald patroon te dwingen?
  17. Wordt er geweld/dreiging gebruikt tegen ex-leden en vrienden en familie van sekteleden die zich proberen te moeien?

Negatief in deze vragenlijst is: een ontkennend antwoord op de vragen 1 t/m 11, en een bevestegend op de vragen 12 t/m 17.

Elk negatief antwoord kan duiden op iets wat fundamenteel scheef zit, en waar de groepering het ‘overtuigen’ heeft vervangen door dwang. Wanneer meer dan 5 antwoorden negatief zijn, is er sprake van een acuut en ernstig probleem.

Hoe wel en hoe niet werken aan deradicalisering (David Kenning)

David Kenning pakt een vel papier en tekent met pijltjes vier manieren om de invloed van vijanden tegen te gaan:

  1. Directe confrontatie – You’re wrong, I’m right ! „Dat was de Amerikaanse methode in de tijd dat ik Jim Glassman ontmoette. Ze hadden een filmpje waarin je allemaal terroristische explosies zag, eindigend met de vraag: ‘Is dit wat je wilt?’ Het aantal nieuwe terroristen schóót omhoog.”
  2. Afleiding – je moet mij niet aanvallen, maar hem. „Heel effectief gedaan in de ‘Sunni Awakening’ in 2007, toen de internationale coalitie erin slaagde soennitische stamhoofden in Irak te overtuigen dat Al Qaeda een gevaarlijker vijand was.”
  3. Verschuiving – uitdragen dat je niet alleen een goede moslim kunt zijn in de strijd, maar ook door hulp te bieden.
  4. Dissolution – „mijn manier,” zegt Kenning: oplossing, ontbinding van emoties die extreme overtuigingen en handelingen aanwakkeren.

Drie fragmenten uit dit interview vindt u hier. Hieronder enkele – controversiële – opvattingen:

  • De oorzaak van extremistisch geweld is niet van belang voor de bestrijding ervan. Mensen krijgen een identiteit mee van ouders, vrienden, gemeenschap. En soms zit die identiteit niet lekker en gaan mensen opzoek naar een nieuwe. De propaganda van IS is toegesneden op dit dilemma. Hoor je nergens bij? Dan mag je bij ons horen. „In deze wereldwijde band of brothers krijgt de zelfmoordaanslagpleger een nieuwe identiteit.”
  • Je kunt geen invloed uitoefenen op de factoren die leiden tot extremisme. „We kunnen hem zijn vriendinnetje niet teruggeven, de pijn niet wegnemen van zijn vader die hem sloeg, zijn baas niet dwingen moslims aardig te vinden. We kunnen de spanningen die worden veroorzaakt door het westers buitenlands beleid niet wegnemen.”
  • Het is zinloos om zijn religieuze overtuigingen tegen te spreken – dat neemt hij toch niet van ons aan. „Tegen de tijd dat de overheid deze jongeman tegenkomt, hebben deze factoren hun werk al gedaan. Wij kunnen dus alleen nog maar wat met zijn geest. Die kunnen we weerbaar maken, open voor twijfel en voor andere ideeën.”
  • Het gekke van identiteit, zegt Kenning, is dat het bijna belangrijker is hoe de ander je aanspreekt dan hoe je naar jezelf kijkt. Hij zelf is opgegroeid in Noord-Ierland en dateert van vóór de gewelddadigheden losbarstten: „Wij voelden ons geen protestanten, maar de anderen gingen ons als protestanten zien.” Dit is volgens hem het voornaamste doel van Al Qaeda’s aanslagen van 11 september: verdelen, polariseren, radicaliseren.
  • De tegenhanger van ‘David Kenning’ is ‘Abu Ont-Kenning’.

Meer dus op deze pagina of het hele interview op nrc.nl (als het niet achter de betaalmuur zit)

Jongeren afhouden van verkeerde keuzes… (contra-terrorisme volgens David Kenning)

‘Niet zeggen wat je moet denken, maar leren hoe je moet denken. Zo kun je jongeren afhouden van verkeerde keuzes’

Delen uit een interview met David Kenning, contra-terrorisme expert (Bas Blokker, NRC, 17/11/2017 — NB: dat beroep bestaat niet, en of hij dus zinvolle dingen zegt, moet de lezer zelf maar beoordelen). Een korte samenvatting in de post van die datum

Kenning pakt een vel papier en tekent met pijltjes vier manieren om de invloed van vijanden tegen te gaan.

  1. directe confrontatie – jij hebt het fout, ik heb het goed. „Dat was de Amerikaanse methode in de tijd dat ik Jim Glassman ontmoette. Ze hadden een filmpje waarin je allemaal terroristische explosies zag, eindigend met de vraag: ‘Is dit wat je wilt?’ Het aantal nieuwe terroristen schóót omhoog.”
  2. afleiding – je moet mij niet aanvallen, maar hem. „Heel effectief gedaan in de ‘Sunni Awakening’ in 2007, toen de internationale coalitie erin slaagde soennitische stamhoofden in Irak te overtuigen dat Al Qaeda een gevaarlijker vijand was.”
  3. verschuiving – uitdragen dat je niet alleen een goede moslim kunt zijn in de strijd, maar ook door hulp te bieden.
  4. dissolution, oplossing, ontbinding. – „Mijn manier”, zegt Kenning: „Daarmee ondermijn je emoties die extreme overtuigingen en handelingen aanwakkeren.”

Dat was het idee achter de ‘grijze campagne’, een reeks vlogs die in opdracht van het Amsterdamse stadhuis werden gemaakt – in het geheim, het project is de experimenteerfase nooit voorbijgekomen. De vlogs werden als gevaarlijk betiteld. Hij verwijst naar een inmiddels afgesloten campagne die veel kijkers in het Midden-Oosten en Noord-Afrika trok. „Daarin werden ideeën betrokken, waarvan onderzoek had aangetoond dat ze werden gekoesterd door jonge moslims die naar Irak gingen om te vechten. Heel populair. Jongeren gingen de hoofdrolspelers nadoen.” De enige functie van deze campagne, zegt Kenning, was een vorm van anger management. „Jongeren afhouden van verkeerde keuzes. Het was geen instrument voor deradicalisering, net zo min als de Amsterdamse vlogs dat waren.

Band of brothers

De heftigste kritiek kreeg Kenning om zijn idee dat de oorzaak van extremistisch geweld niet van belang is voor de bestrijding ervan. Hier komt zijn opleiding als psychoanalyticus bij kijken. „Dat helpt mij door te dringen in de diepste krochten van de geest. Mensen krijgen een identiteit mee van ouders, vrienden, gemeenschap. Die dragen ze als een pak. Maar bij sommigen zit het pak niet lekker. Zij gaan op zoek naar een andere identiteit, eentje die voortkomt uit eigen ervaringen. Als zij worden afgewezen met hun nieuwe identiteit, kunnen ze in een crisis geraken door al die tegenstrijdige boodschappen. Ze kunnen niet achteruit naar hun gemeenschap – als ze dat al willen – en niet vooruit naar een nieuwe groep, want die laat hen niet toe.”
De propaganda van IS – „in essentie een mediabedrijf” – is toegesneden op dit dilemma. Hoor je nergens bij? Dan mag je bij ons horen. Kenning citeert Marlon Brando in The Wild One (1953). Hij leunt tegen de jukebox en een meisje vraagt: „What are you rebelling against?”. Hij antwoordt „Whadda you got?” „Het is een nihilistische revolutie”, zegt Kenning. „In deze wereldwijde band of brothers krijgt de zelfmoordaanslagpleger een nieuwe identiteit.”
Bij het tegengaan van gewelddadig extremisme kun je volgens Kenning slechts kijken naar de psychologie van het tot extremisme neigende individu. In Het Parool vatte onderzoeker Amy-Jane Gielen van de Universiteit van Amsterdam zijn denkwijze samen als zou de drijfveer van Syriëgangers „een hang naar avontuur (zijn), veroorzaakt door een achtergestelde sociaaleconomische positie”. Kenning, verbluft: „Dat heb ik nooit beweerd. Als een ‘achtergestelde sociaaleconomische positie’ de drijfveer was, zou je honderdduizenden Syriëgangers moeten hebben.”
Hij hamert er bij zijn opdrachtgevers juist op dat ze geen invloed kunnen uitoefenen op de factoren die leiden tot extremisme. „We kunnen hem zijn vriendinnetje niet teruggeven, de pijn niet wegnemen van zijn vader die hem sloeg, zijn baas niet dwingen moslims aardig te vinden. We kunnen de spanningen die worden veroorzaakt door het westers buitenlands beleid niet wegnemen. Het is zinloos om zijn religieuze overtuigingen tegen te spreken – dat neemt hij toch niet van ons aan. Tegen de tijd dat de overheid deze jongeman tegenkomt, hebben deze factoren hun werk al gedaan. Wij kunnen dus alleen nog maar wat met zijn geest. Die kunnen we weerbaar maken, open voor twijfel en voor andere ideeën.”

Gekaapt

David Kenning was vijftien toen hij in Belfast het begin van de troubles meemaakte. Een burgerrechtenbeweging van protestanten en katholieken samen werd gekaapt door de katholieke onafhankelijkheidsstrijders van de IRA. De beweging kwam op voor gelijke rechten bij lokale verkiezingen – „een volkomen legitiem doel, volkomen vreedzaam protest.” Het liep uit op een bloedige burgeroorlog. „Buurten, straten werden ineens katholiek of protestant, mijn oma moest haar huis uit omdat ze in een katholieke buurt bleek te wonen. Mensen die verhuisden, staken soms hun oude huis in brand, om het maar niet aan de ‘vijand’ te laten. Die mensen waren een paar maanden eerder nog vreedzame, vriendelijke burgers. Zo snel kan radicalisering verlopen.”
Het gekke van identiteit, zegt Kenning, is dat het bijna belangrijker is hoe de ander je aanspreekt dan hoe je naar jezelf kijkt. „Wij voelden ons geen protestanten, maar de anderen gingen ons als protestanten zien.” Dit was volgens hem het voornaamste doel van Al Qaeda’s aanslagen van 11 september: verdelen, polariseren, radicaliseren.
Daar belandt Kenning op zijn hoofdpunt. Niet de terroristen bedreigen de westerse democratie, maar onze reactie op terroristische aanslagen. „Populistische politici, populistische blogs, die steeds angst produceren. De angst staat niet in verhouding tot het reële gevaar.”
IS en populisten in het Westen hebben een gemeenschappelijk doel, zegt Kenning: het aantasten van de zachte waarden. „Van het motto van de Franse Revolutie, vrijheid, gelijkheid, broederschap, zijn de eerste twee wettelijk verankerd. Maar die derde is even wezenlijk. Dat zijn waarden als tolerantie en respect voor de ander, het cement van de samenleving. IS heeft bekendgemaakt dat te willen vernietigen, het grijze midden van vreedzaam samenleven.
De verhalen die IS produceert en verspreidt, zijn daarop gericht. Produceert? Zit bij IS ook een David Kenning-achtige persoon grijze en witte campagnes te bedenken? „Nou en of. En hij heet Abu Ont-Kenning.”

Angstindustrie

Radicale islamitische groeperingen zouden volgens Kenning geen poot aan de grond krijgen zonder de weerklank die ze vinden bij hun tegenvoeters in het Westen. „De angstindustrie voedt polarisatie, daar is het de populisten én IS om te doen. Voor populisten is angst zaaien een manier om via verkiezingen aan de macht te komen. Voor moslimextremisten betekent het aandacht voor een marginale zaak. Ken jij iemand die een jihadistisch blog bezoekt? Nee, je leest er over in De Telegraaf of NRC Handelsblad.”
De opleving van identiteitsactivisme is een extra risico, zegt Kenning. Denkend aan zijn jeugd in Noord-Ierland maakt hij zich zorgen over de mogelijkheid dat een extremistische groepering een sociale beweging kaapt. „Dat kan gebeuren bij een straatbeweging, vreedzaam en met een legitiem doel, een beweging die zich op identiteit richt en slachtofferschap uitdraagt – iets waar het liberalisme zich geen raad mee weet. In Belfast verstopten extremisten zich achter de rug van vreedzame demonstranten en schoten vanuit de tweede linie op de politie. Dan greep de politie in met geweld, daar werden fouten bij gemaakt, onschuldige mensen werden gewond of gedood. Zo vergrootte het politieoptreden de steun voor extremistische ideeën.”
Lastig voor politici, ziet hij: als die te vroeg ingrijpen, belemmeren ze vreedzaam en rechtmatig protest. Als ze te laat ingrijpen, kan het extremisme al om zich heen hebben gegrepen. „Dat vereist de wijsheid van een rechter. Van der Laan dácht als een rechter, hij zocht altijd de balans tussen individuele rechten en het algemeen belang.”
Depolarisering is volgens Kenning de belangrijkste opdracht voor de minister van Justitie en Binnenlandse zaken. „De beste remedie tegen extremisme is grote sociale cohesie.” Dat klinkt soft, maar is het niet. De kunst is om vrijheid niet te verabsoluteren, los te maken van de andere waarden die ons samenleven dragen. Als je dat doet, dan schiet je je in je eigen voet. „In Europa is vrijheid nog verbonden met tolerantie en solidariteit. Ik zou zeggen: Houd wat u hebt, en doe er iets mee”.

Checklist sekten

Hoe herken ik sektarische groepen?

Protestanten -ik ben er niet trots op maar de geschiedenis heeft ook haar rechten- zijn de uitvinders van het ‘fundamentalisme’ (begin twintigste eeuw ontstaan als verzetsbeweging tegen de liberale protestantse theologie). Tegenwoordig staat het islam-fundamentalisme meer in de kijker. Men maakt zich zorgen. En terecht. Fundamentalisme schaadt de mens, vooreerst de fundamentalist zelf, maar dan ook (dus ook) zijn naaste omgeving. De gelovigen beleven dit zelf echter niet zo. En als ze het al – deep inside – toch voelen knagen, dan zullen ze dat met alle geweld ontkennen. Dat maakt de bestrijding ervan ook zo moeilijk: Echte communicatie lukt haast niet.

Het enige dat je kunt doen, zo leert de ervaring, is proberen jonge mensen vooraf weerbaar te maken zodat ze tegen de ‘bekoring’ bestand zijn als ze in fundamentalistisch vaarwater terecht komen.

Toen ik nog les gaf gebruikte ik voor deze mentale weerbaarheidstraining naast diverse films en ervaringsverhalen ook een checklist om het sektarisch gehalte van een religieuze groep te bepalen. Ik had die ooit gevonden in een Duitse publicatie: Eltern und Betroffenen  Initiative gegen psychische Abhängigkeit. Ze stamt uit de vorige eeuw, toen men bij sekten vooral aan christelijke en oosterse groepen dacht, maar lijkt me toch ook prima toepasbaar op allerlei islamitische sekten (m.n. in de beschrijving van de ‘ronselpraktijken’). En trouwens ook op ‘niet-religieuze’ groepen die mensen (klanten) paradijzen allerhande voorspiegelen. Als de groep in kwestie aan minimaal 10 criteria voldeed, dan was die club/vereniging/organisatie een ‘sektarische’ groep en werd het tijd om ‘op je tellen te passen’. Bij 15 treffers was het een sekte. Als je met zo’n groep verbonden was, gold: Wegwezen, rennen voor je leven. Maar waarschijnlijk was het dan al te laat en was je al ‘leeggezogen’ en in de groep opgegaan. Of die getallen kloppen, weet ik niet, maar de checklist zelf vind ik nog steeds goed. Ik zou zeggen: doe er uw voordeel mee.

Checklist

1. Reeds bij het eerste contact met de groep wordt u een volledig nieuw zicht op de wereld geopend (sleutelervaring).
2. Het wereldbeeld van de groep is verbluffend eenvoudig en verklaart werkelijk elk probleem.
3. Bij de groep vindt u alles ‘wat u totnogtoe vruchteloos gezocht hebt’.
4. De groep heeft een leider, – meester, – vader, – goeroe – voordenker, – die alleen de volle waarheid bezit en vaak als een semi-god vereerd wordt.
5. De wereld loopt naar een catastrofe: Alleen de groep weet, hoe men de wereld nog kan redden.
6. De groep is een elite (uitverkoren), de rest van de mensheid is ziek – of gaat verloren. Enkel wie meedoet kan gered worden.
7. De groep wijst de gevestigde wetenschap af. De leer van de groep wordt als ‘ware wetenschap’ aangenomen.
8 . De groep wijst het beroep op rationeel denken af als negatief, satanisch, onverlicht, ideologisch.
9. Kritiek en afwijzing door buitenstaanders is juist het bewijs dat de groep gelijk heeft.

10. De groep noemt zich de ‘ware familie’ of gemeenschap.
11 . De groep wil dat men alle ‘oude’ relaties (familie, werkmilieu, vriendschappen) afbreekt, omdat ze de ontwikkeling van haar leden in de weg staat.
12. De groep sluit zich af voor de rest van de wereld, bijvoorbeeld door kleding- en voedselvoorschriften, door een eigen ‘groepstaal’ en ordening (reglementering) van de intermenselijke relaties.
13. De groep eist een strikt naleven van de regels of een ‘absolute discipline’ (tucht), want dit is de enige weg tot redding.
14. De groep regelt de seksuele betrekkingen, bijvoorbeeld partnerkeuze door de leiding, of groepsseksualiteit, of totale onthouding of…
15. Men is geen ogenblik van de dag meer alleen – iemand uit de groep is altijd bij u (interne controle).
16. De groep vult al uw tijd met opgaven (taken), bijvoorbeeld: verkoop van boeken, werven van nieuwe leden, cursus volgen, meditatie.
17. Indien u twijfelt, of indien het beloofde succes niet komt, of je wordt niet ‘genezen’, dan ben je zelf de schuld daarvan, omdat je je niet genoeg hebt ingezet of geloofd.
18. Men moet dadelijk – liefst nog vandaag – lid worden van de groep. Er is nauwelijks tijd om rustig na te denken en zich een beeld van de groep te vormen.
19. Men moet niet eerst nadenken – bekijken – onderzoeken. Het gaat om het ‘beleven’. kom bij ons, in ons centrum, in onze club, in onze groep, en maak het zelf mee!